Lauwersoog -Stockholm

Nadat we  in 1991 de boot op het Ijsselmeer hebben ‘ingevaren’ hebben we dit jaar een reis naar Stockholm gepland. We zijn erg benieuwd hoe de boot zich zal gedragen op groot water onder minder goede omstandigheden.

8 – 9 juni 1992 Dokkum – Brunsbüttel

Juist vertrokken met Hilbrand aan het roer

De eerste mijltjes met Hilbrand aan het roer

We vertrekken voor onze eerste lange reis met de Orion direct vanuit de winterstalling bij Dokkum. We zijn het eerste deel van de reis met ons drieën. Mijn broer Hilbrand vaart mee tot Denemarken, waar hij voor zijn werk bij de WHO vanuit Kopenhagen naar Indonesië zal vliegen. Via de twee sluizen van Dokkumer Nieuwe Zijlen en Lauwersoog zijn we na twee en half uur op de Zoutkamperlaag. Met lichte tegenstroom en een O/NO wind is de Zoutkamperlaag tot aan het Plaatgat bezeild, maar daarna moeten we gaan kruisen. De oostenwind van rond de 4 Bf houden we tot Brunsbüttel. Op de Elbe nemen we een Duits jacht met motorpech langszij die we in de jachthaven van Cuxhaven  naar binnen brengen om daarna door te varen naar Brunsbüttel. Het laatste stuk trekt de wind behoorlijk aan en we krijgen veel water over.

In de sluis naar het NOK

In de sluis naar het NOK

Eenmaal in het jachthaventje van Brunsbüttel ontdekken we dat het ankerluik onvoldoende afsluit, terwijl de ankerbak geen afwatering heeft. De bak staat half vol water en via de ‘nooduitgang’ in het schot tussen de ankerbak en de kooien is water binnengekomen in de voorpiek en zijn niet alleen de kussens nat, maar ook in de bergruimte onder de kooien staat een behoorlijke laag water. Een manco waar beslist iets aan moet worden gedaan. We verplaatsen het water naar daar waar het hoort en drogen alles goed uit. We slapen die nacht op de langsbanken. Het log staat na een vaartijd van 36,5 uur op 186 zm: een gemiddelde van iets meer dan 5 zm/uur.


 

10-12 juni 1992 Brunsbüttel – Rendsburg – Gedser

Ik besteed het eerste deel van de ochtend aan het kopen van ‘moosgummi’ tape en plak dit afdichtingsmateriaal in de rand van het ankerluik. Met emmers water controleren we de afdichting en we zijn tevreden. We krijgen ook bezoek van de Duitse douane die onze alcohol voorraad komt controleren. Vrijwel alle flessen die we bij ons hebben zijn aangebroken, het was onze ‘thuisvoorraad’. Met ons drieën hebben we echter zo’n driekwart liter alcohol teveel aan boord, want we mogen maar 1 liter per opvarende hebben. Dit enorme ‘teveel’ bereiken de dienstkloppers als ze de geschatte inhoud van alle aangebroken flessen bij elkaar optellen.

In het NOK drogen de kussens, ontdaan van de tijk, aan het stag

In het NOK drogen de kussens, ontdaan van de tijk, aan het stag

Mijn verweer dat het NOK een doorvoergebied is wordt afgewezen omdat ik geen 3e vervangingswimpel heb gehesen, om aan te tonen dat ik belastingvrije waren aan boord heb. Ik heb geluk, ik mag kiezen voor een bekeuring voor het niet voeren van de wimpel of vanwege het teveel aan alcohol. Ik kies voor de driekwart liter teveel maar de douane raadt me aan om toch maar te kiezen voor het niet voeren van de wimpel. De bekeuring bedraagt 62,5 duitse marken!

Hierna motoren we met een erg harde oostenwind naar Rendsburg, terwijl de kussens aan het stag hangen te drogen.

In Rendsburg

In Rendsburg

Onderweg naar Gedser

Onderweg naar Gedser

De volgende dag motoren we verder naar Holtenau waar we een tweetal uurtjes het haventje achter de sluis induiken om wat boodschappen te doen. Hierna kruisen we richting het Deense eiland Langeland tot we rond half twaalf in de nacht in één lang rak in zuidoostelijke richting door de Fehmarnbelt naar Gedser kunnen zeilen. We zeilen met een schijnbare wind van gemiddeld 4Bf terwijl midden in de nacht de wind gedurende 2 uurtjes even zwaar inzakt. Om half 7 in de morgen passeren we de veerroute Putgarden – Rødby en om half 3 in de middag maken we vast in Gedser. Broer Hilbrand vertrekt al redelijk snel na aankomst om naar Kopenhagen te reizen.


13 – 14 juni 1992  Gedser – Utklippan

’s Morgens bij vertrek uit Gedser letten we even niet goed op, we komen vrijwel onmiddellijk na vertrek een weinig buiten de groene tonnen en lopen vast. Een Duits jacht gooit een lijntje over en trekt ons weer de vaargeul in. Eenmaal op dieper water staat er drietje uit het zuid westen en met de halfwinder maken we 4,5 knopen. De volgende dag om half zes ’s avonds maken we vast op het kleine eilandje Utklippan aan de oostkant van de Hanöbukt.

Utklippan

Utklippan


 

15 – 19 juni 1992 Utklippan – Stockholm

De halfwinder zorgt voor voortgang bij zwakke wind

De halfwinder zorgt voor voortgang bij zwakke wind

119Op de maandag van deze week vertrekken we van Utklippan en op donderdag bereiken we het jachthaventje van Rastaholm ten westen van Stockholm.

 

De eerste nacht brengen we door in het kleine jachthaventje van Revsudden op Skäggenäs, een schiereilandje in de Kalmarsund halverwege tussen Kalmar en Pataholm.

Dinsdag maken we  een lange tocht van 76 zm naar  Loftahammer, en woensdag laten we, na 61 zm door de schitterende Zweedse scheren, ons anker vallen op een ankerplaatsje aan de NO zijde van het eilandje Hasselö, anderhalve mijl ten oosten van Oxelösund.

134

De bruggen over het kanaal bij Södertälje

Op donderdag de 19e vertrekken we om 8:15 vanaf Hasselö en varen we de laatste 53 zm via het kanaal bij Södertälje naar de Mälaren en maken vast in het jachthaventje van Stockholms Segelsällskap Rastahom aan de westkant van Stockholm.


Op het log hebben we over de afstand Dokkum – Stockholm 809 mijlen geregistreerd en over die afstand hebben we 11 dagen gevaren zonder een havendag in te lassen.

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 1992 - Stockholm.