De Höga Kusten, N-waarts





Tocht: Sundsvall – Norrfällsviken

Vertrek: Vr 17 juni 2011 07:40
Aankomst: Vr 17 juni 2011 18:45
Afstand: 57 mijl


Het probleempje met de brandstofpomp lijkt weer voorbij te zijn en omdat we een dag stil hebben gelegen willen we vandaag naar het noorden van de Höga Kusten. Op de weerberichten zien we dat er een wat langere periode met Noordelijke winden lijkt aan te komen. Vanuit het noorden kunnen we dan gemakkelijker naar het zuiden komen om daar nog een aantal van de door de Finse Peter aanbevolen plekjes te gaan bezoeken. We willen eigenlijk naar Ulvöhamn, volgens Peter ‘een must’, maar de afstand is tamelijk groot, rond de 60 mijl en de wind lijkt niet al te sterk. We vertrekken daarom al iets na half acht, terwijl het water rimpelloos is, maar dat zegt niet alles.

Het eerste stuk varen we op de motor omdat we anders stil zouden liggen, maar als we rond de zuidelijke punt van Alnön gaan hebben we de weinige wind die er is wel half en kunnen we redelijk snel zeilen tot we na Åstön weer veel ruimer moeten varen. De snelheid loopt wel terug, maar er kan worden gezeild. Met een mooie blauwe lucht en de windvaan die het nauwkeurig sturen van ons overneemt komen we elk uur toch zo´n 5 mijltjes dichter bij de bestemming. Lange tijd zien we Högbonden, een hoog eiland iets van de kust af, met daarop een vuurtoren. Als we daar zijn varen we wat zigzaggend tussen de eilandjes door die weer tussen de kust en Högbonden liggen. Een coaster vindt dit kennelijk ook de kortste weg en vaart ons op hoge snelheid voorbij, juist als we in het smalste stukje tussen twee eilanden varen. Hilda had voor de zekerheid het roer al even overgenomen van de automaat en dat was goed ook, want we komen terecht in het schroefwater van de coaster en dat veroorzaakte even hele rare bewegingen van ons bootje.

Vanwege de verwachtte wind die nacht, BF 5 uit NO lijkt ons Ulvö niet de meest geschikte haven en kiezen we ervoor om naar Norrfällsviken te gaan, een haventje aan vaste wal in een erg beschutte baai op ongeveer 5 mijl van Ulvö. Als we aan het eind van de baai in de havenkom komen is het windstil en aan de steiger waar plaats is voor heel veel boten, ligt er slechts één. Er zijn echter geen boeien en we moeten voor de eerste keer ons achteranker gebruiken. Ik heb geen ervaring met het inschatten wanneer het anker overboord moet, maar als we tegen de steiger liggen is er gelukkig nog een stukje lijn over op de rol. We liggen prima en we zijn weer een ervaring rijker.

Norrfallsviken

Aanmelden gaat hier bij de receptie van de camping die iets verderop is. Met een groot rood bord en een sleutel van het havengebouwtje kom ik terug. In het gebouwtje is een televisie kamer met grote comfortabele zetels en een televisie met zweedse zenders, een douche en toiletruimte en een keukentje met kookplaat, en alles is ook nog eens lekker verwarmd, wat wil je nog meer?. Wel nu, in het andere eind van het gebouwtje is een restaurantje gevestigd waar je prima kunt eten. Zaterdags en Zondags is er een soort lopend buffet met vis en vlees. Het vis wordt op 50! verschillende manieren klaargemaakt.

Zondagmorgen maak ik een wandeling rond de baai. Er zijn legio ‘fritids’ huizen. Een aantal zijn op palen boven het water gebouwd, De helft is gereserveerd voor de boot die binnenshuis kan worden opgehesen en in de andere helft woont men. Andere huizen zij op de rotsen gebouwd, waarbij de rotsen gedeeltelijk zijn opgehoogd, of men heeft een vloer op paen gebouwd waar het huis weer op staat. En vrijwel alle huizen zijn geverfd in de typisch Scandinavische rode kleur.

Tocht: Norrfällsviken – Trysunda

Vertrek: za 18 juni 2011 14:30
Aankomst: za 18 juni 2011 17:45
Afstand: 15 mijl

Als ik tegen twee uur weer terug ben, maken we ons gereed om te vertrekken naar Trysunda. We willen toch nog iets verder en Ulvö, hoewel ‘een must’ ,lijkt ons minder geschikt en bovendien duur. Als we de baai van Norrfällsviken uit zijn blijkt de wind veel noordelijker te zijn dan we dachten en we moeten zelfs hoog aan de wind zeilen. Dat lukt goed tot Norra Ulvö, maar dan komen we te dicht onder de kust en hebben we eerst heel vreemde draaiwinden en later helemaal geen wind meer. De rest doen we maar op de motor en om kwart voor zes liggen we voor de tweede dag in successie met een anker achteruit in de haven van Trysunda tussen een viertal andere zeiljachten, terwijl er verder nog een tiental motorboten aan de steiger liggen. We zijn juist op tijd, want vlak na ons komt een Engels jacht binnen die geen plek meer kan vinden. Ik adviseer hem om een achteranker te gebruiken en op het puntje van de steiger vast te maken. Dit doet hij en hij ligt daar ook prima. Een Finse motorboot die nog later binnenkomt vertrekt naar elders. Het is vol op zaterdag. Een van de zeilboten is de Duitser uit Öregrund, die ik de werking van de Telia dongle had gedemonstreerd. We wisselen wat zeilervaringen uit hoe het ons beiden is vergaan sinds Öregrund.

Het baaitje van Trysunda, met het steil uit de zee oprijzend Skrubban op de achtergrond

Trysunda vormt samen met het iets zuidelijker gelegen eiland Skrubban en een aantal kleinere eilandjes in de directe omgeving, een natuurreservaat. Een passagiersveerbootje, de Ulvön, zien we op gezette tijden aanleggen om toeristen af te leveren en weer terug te brengen naar Köpmansholmen, 30km ten zuiden van Örnsköldsvik. Op Trysunda zijn wandelroutes gemaakt over het eiland en paden rechtstreeks naar een aantal stranden. Volgens een informatiebordje is Trysunda het best bewaarde vissersdorp uit het verleden in heel Ångermanland.
Zondagmorgen staan we wat later op en na het ontbijt vertrek ik voor een wandeling over het mooie eiland. Ik volg het pad naar Storviken aan de zuidoost zijde en kom op een kiezelstrand,  adembenemend mooi.  Ik besteed een half uurtje  aan het verzamelen van een aantal prachtige door de zee geslepen stenen, maar uiteindelijk zoek ik drie kleintjes op. De grote stenen zijn natuurlijk veel te zwaar om mee te dragen en de kleinere passen in mijn broekzak.

Onderweg kom ik het Engelse stel tegen en we staan een tijdje te praten. Van oorsprong komen ze uit Duitsland en Zwitserland, maar wonen al 30 jaar in Engeland. Ze hebben hun boot al 2 jaar in de Oostzee laten overwinteren en zijn nu onderweg naar Haparanda in het uiterste noorden van de Botnische Golf. We spreken af dat we later op de dag wat gegevens gaan uitwisselen zodat we elkaar een beetje kunnen volgen.

Aan de noordoostzijde is een zandstrand, een beetje vergelijkbaar met Vlieland, dat in  noordelijke richting overgaat in een roodgranieten glooiing vanuit het water. Iets meer landinwaarts, maar nog wel op de granieten vlakte, is een waterplas ontstaan waar honderden waterlelies bloeien. Een prachtig mooi verstild stuk natuur.

Tijdens mijn wandeling zie ik dat er midden op het eiland een behoorlijk hoog oprijzende rotspartij is waar ik min of meer omheen ben gelopen. Als ik weer in het dorpje kom en de wegwijzer zie, heeft één van de bordjes het opschrift ‘Utkyk 0,3’ en wijst naar een een paadje dat richting rotspartij gaat. Natuurlijk kan ik deze uitdaging niet voorbij laten gaan en ga op pad. Tijdens de klim, wat ik  natuurlijk niet rustig aan doe, betrap ik mezelf af en toe  op enig gehijg (komt natuurlijk van de ijle lucht), maar na een half uurtje stevig klimmen sta ik wel op de top van Mount Trysunda.  Alles om me heen is lager dan waar ik sta en bij mijn voeten is een metalen buis in de rots gemaakt met daaromheen een gele driehoek. Hoewel ik geen rvs merkplaatje van de landmeetkundige dienst kan vinden, ben ik ervan overtuigd dat ik de berg heb bedwongen. Het spijt me erg dat ik geen vlag bij me heb om die te plaatsen. Van de dame die het butikje in de haven runt en tevens de havengelden incasseert hoor ik dat Mount Trysunda 180 meter hoog is. Ik wacht nu nog op uitnodigingen van Pauw en Witteman om de prestatie die ik die middag geleverd heb aan hun tafel te komen toelichten.
Terug op de boot zoek ik direct de blog van de buren op en lees hun verhaal van de laatste drie jaren. We krijgen een uitnodiging om een borrel te komen drinken en zitten een paar gezellige uurtjes bij Stephen en Madeleine Strobel aan boord ervaringen uit te wisselen en niet alleen over zeilen. Overigens aan een vrijwel lege steiger, want de Zweden moeten de volgende dag weer aan de slag.



Het is erg grappig, maar als ik mijn AIS aan heb staan worden de scheepsbewegingen van de Horizon Quest getoond op internet. Dus nog sneller dan op de website kun je nagaan waar de HQ is.
Klik maar eens op marinetraffic.com en ik hoop dat je zoiets als het onderstaande plaatje ziet. Misschien even goed naar de vinkjes kijken.

De HQ op internet

Dit artikel is gepubliceerd in categorie Botn Golf N-waarts.