Burgstaaken – Gedser – Holtenau

De problemen schijnen ons te blijven vergezellen. Toen ik  ’s avonds na de vaart door het Kielerkanaal in Holtenau  het oliepeil en het koelwaterniveau  van de motor ging bekijken, lag er een laagje olie onder de motor. Ik veronderstelde dat dit olie was dat via de olievuldop was ontsnapt nu er geen afzuiging meer was aangesloten op de vuldop. De vuldop zat bovendien niet al te stevig en de bovenkant van het kleppendeksel was ook wel iets vettig.  Ik heb een tweede rubberring gesneden, zodat de vuldop in ieder geval goed afsloot en stevig vast zat. Daarnaast heb ik een stukje rubberslang op de afzuigaansluiting van de vuldop geplaatst, zodat er beslist geen olie meer uit kon spatten. Aan dat laatste twijfelde ik of dat eigenlijk wel mogelijk was. Voorlopig heb ik de olie gelaten voor wat het was en de volgende dag zijn we naar Burgstaaken gevaren waar ik alles netjes schoon heb gemaakt. Ik schat dat ik ongeveer een kwart plastic bekertje met olie heb opgedept.

Woensdag de 5e juni zijn we naar Gedser gevaren. Gedeeltelijk gezeild en gedeeltelijk gemotord. In totaal hebben we tussen Burgstaaken en Gedser  zo’n 4 uur op de motor gevaren.

Het zeilt heerlijk als je de motor even vergeet!

Het zeilt heerlijk als je de motor even vergeet!

Bij aankomst in Gedser moest ik helaas constateren dat er opnieuw een laagje olie onder de motor lag. Maar daarnaast lag voor de motor ook een oliespoor dat door de V-snaar pulley was rondgeslingerd zoals ik later ontdekte.  Een lekkende oliekering dus. Maar dat was nog niet alles, ook de oliekering van de buitenwaterpomp lekte olie. Bovendien kwam ook nog eens olie langs een draadeind in het distributiedeksel waarmee  de instelinrichting van de dynamo was vastgezet. Deze lekkage heb ik kunnen verhelpen met twee rondjes gemaakt van zelfvulcaniserende rubber, terwijl ik een aantal boutjes van het distributiedeksel nog een kwartslag heb aangedraaid.

De Schiffart, waarmee ik weer contact opneem begrijpt er net als ik geen biet van. Hij stelt voor om een oliekeerring te sturen, maar ik heb weinig zin om daar op te gaan liggen wachten.  Maar waar komt de andere lekkage vandaan en hoe ontstaat de grote blauwe rookwolk bij hogere toerentallen dan?

Ook tap ik nog wat koelvloeistof af.  Toen ik het er een 60 draaiuren eerder ingoot was het prachtig mooi blauw. Nu is het donkergrijs tot licht zwart. Komt de verkleuring omdat de vloeistof in de boiler zich met de nieuwe koelvloeistof heeft vermengd of is er een andere reden? Ik kan de inhoud van de boiler niet achterhalen, maar heb toch ernstige twijfels of de koelvloeistof zo donker kan zijn, alleen door vermenging met de inhoud van de boiler.

We zien het niet zitten om met zoveel onzekerheden de reis voort te zetten en we besluiten om te keren en te proberen naar Nederland terug te varen om  grondig te laten uitzoeken wat er nu eigenlijk aan de hand is.

Onderweg van Gedser naar Holtenau draaien we met 1400 toeren, er is weinig rook zichtbaar in de zon, maar de olielekkage is er wel. Lange tijd ligt er geen olie onder de motor, maar aan het einde van de reis ligt er wel wat. Het komt ergens van achteren van de motor af en loopt naar voren.  Op advies van Jan de Schiffart laten we het inspectiedeurtje  open om ervoor te zorgen dat de motor voldoende verbrandingslucht kan aanzuigen. Jan twijfelde hieraan en vertelde dat rookontwikkeling kon ontstaan door te weinig verbrandingslucht. Ik vind het een ietwat vreemd, want er is immers niets veranderd voor wat de luchttoevoer betreft.  Eigenlijk draait de motor wel lekker en om mezelf te overtuigen geef ik een keer een dot gas tot 2000 toeren. Een dikke blauwe rookwolk is het resultaat en ik weet weer waarom ik westwaarts vaar.

Olie dat lekt langs de as van de V-snaar pulley wordt rondgeslingerd en veroorzaakt viezigheid.

Olie dat lekt langs de as van de V-snaar pulley wordt rondgeslingerd en veroorzaakt viezigheid.

Elke  drie uren maak ik de zaak schoon en ik moet constateren dat de hoeveelheid olie best wel meevalt, maar het wordt zo’n kliederboel.  Op het einde van de dag moet ik constateren dat er ook nog een geringe hoeveelheid koelvloeistof voor de motor ligt dat weer door het deksel van het expansievat is gekomen, want aan de buitenkant van dit vat zit koelvloeistof. Vanwege de olie onder de motor  ga ik met een stukje keukenpapier onder het uitlaatspruitstuk langs en hier zit olie aan. Dat zou dus wel eens het kleppendeksel kunnen zijn. Allemaal zaken die kunnen worden opgelost en waar we niet voor terug hoeven te gaan.

Maar als ik alle zaken op een rijtje zet, dan blijft mijn eerdere conclusie, de koppakking,  wat mij betreft voorlopig overeind. De tijd zal het leren!

Maar er is niet uitsluitend narigheid. De elektrische stuurautomaat waar deze winter de Jefa stuurmotor aan gekoppeld is, werkt voortreffelijk. Alles wat nodig is om het stuurwiel los te laten is op het knopje ‘Auto’ te drukken en vanaf dat moment stuurt de boot zichzelf op een graad nauwkeurig. Het apparaat heeft, met uitzondering van de eerste twee uur toen Hilda met de hand stuurde, de boot de hele dag schitterend op koers gehouden.

Ook de nieuwe verlichting, twee dimbare LED strips met hoge intensiteit aan weerszijden van het gangpad, bevalt ons ontzettend goed.  Met de  dimmer kunnen we kiezen voor alleen sb, alleen bb of voor beide zijden.  Op volle sterkte geven de strips eigenlijk te veel licht, maar met de dimmer valt dat heel mooi te regelen.

 

 

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2013 - Het zit tegen.