Het Kieler kanaal.

Maandag de 10e juni is onze kleindochter Julie jarig. We hebben haar een mooie kaart gestuurd en nu sturen we een mailtje naar mamma’s e-mail. Ik moet deze winter maar eens gaan uitzoeken hoe we vanaf de boot kunnen skypen, want we hadden dat glunderende gezichtje van haar graag gezien die morgen.

We vertrekken uit Dusterbrook nadat ik de nieuwe babystag heb gehaald, het ding heb bevestigd en boodschappen heb gedaan. De tuiger raadt mij een dyneema babystag echter sterk af. Hij zegt dat ik staaldraad moet houden, maar adviseert wel de bevestiging te veranderen.

Onderweg naar de sluis doen we ons ‘hoge’ toerenproefje, een kwartier lang op 2400 toeren, en na 20 minuten wachten kunnen we aanleggen aan de ‘Mittelkai’naast een grote vrachtboot. De oude sluis is nog steeds in onderhoud en de jachten moeten er toch ook door.

In de sluis van Holtenau

In de sluis van Holtenau

De tocht door het Kieler kanaal gaat zonder bijzonderheden. Opnieuw prijs ik me erg gelukkig met de Jefa autopilotmotor. De installatie stuurt de boot op een graad nauwkeurig. De boot volgt de krommingen van het kanaal erg netjes met steeds een of twee graden correctie. Eigenlijk ben ik wel benieuwd hoe nauwkeurig de boot de volgt als ik de stuurautomaat ga aansturen vanaf de PC aan de hand van een vastgelegde route. Op zee is een afwijking vrijwel nooit een probleem, maar door zo’n kanaal mag de afwijking niet zo groot zijn. Uitdagingen genoeg dus!

Onderweg neem ik een proefje dat Hugo Plokker mij in een van zijn e-mails had gesuggereerd om een indruk te krijgen van de carterdruk. Ik klem een plastic zak van een liter inhoud rond de slang die ik aan het afvoerpijpje van de olievuldop had bevestigd. De zak vult zich erg snel en barst zelfs. Ik doe een tweede proef en neem de tijd op, 12 seconden in totaal. Een derde proef geeft hetzelfde resultaat. Ik weet niet welke conclusie ik hieraan moet verbinden, maar ik heb de indruk dat er toch wel veel carterdruk aanwezig is.

Wat een smeerboel na een half uurtje varen.  Daarom zijn we op de terugreis!

Wat een smeerboel na een half uurtje varen.  Daarom zijn we op de terugreis!

Om vijf uur maken we vast in het jachthaventje van Brunsbüttel en maak ik de bodem voor en onder de motor zo goed het wil weer olievrij. Onder de motor verzamelt de olie zich natuurlijk op het laagste punt, maar het verwondert mij dat ik steeds maar geen duidelijke plek kan vinden waar de olie naar beneden drupt. Jaap Schermer suggereert later op de dag de dat de koellucht van de dynamo-fan hier misschien invloed op zou kunnen hebben.

We liggen aan de kanaalkant van de haven en dat houdt in dat de grote boten op 10 meter afstand van ons langs varen. De schroeven hoor je in de boot heel erg goed. De ene schroef maakt overigens veel meer lawaai dan de andere.

Wij lagen de nacht ook aan de overkant. De grote jongens kekenvan boven op ons neer

Wij lagen de nacht ook aan de overkant. De grote jongens keken van boven op ons neer

Wat later op de avond komt een Zweedse boot naast ons liggen en nadat ze terugkomen van een hapje zitten we nog even gezellig bij ons in de kuip tot de whiskeyfles geen inhoud meer heeft. Een van de beide Zweden is een expert. Na het eerste slokje weet hij dat het om een Ballantine’s gaat, terwijl hij de fles beslist niet gezien heeft. Ze komen uit de omgeving van Stockholm en varen naar de Balearen in de Middellandse zee. Daar wordt de boot neergelegd en gaan ze er regelmatig naartoe. Bemanningsaanvulling zal plaats hebben in Frankrijk. De huidige bemanning maakt de hele reis mee.

Dinsdagmorgen tanken we brandstof om voldoende te hebben voor de Noordzee en maken vast aan de andere zijde van het haventje om te wachten op hoog water en  waar we bovendien  220V hebben. De Zweden vragen of ze achter ons aan mogen varen als we door de sluis gaan, omdat wij de ervaren mensen zijn die weten hoe de lichten op de sluis werken, en bovendien ook nog eens Duits verstaan en spreken. Ik zal maar niet vertellen dat ik sinds de vorige dag pas weet dat er voor jachten op twee stel lichten moet worden gelet. Het ene licht om het sluizengebied binnen te varen en het andere om daadwerkelijk de sluis in te mogen. We ontdekken dit als we het het onderbroken licht op de grote lichtmast krijgen en met een stel schepen naar de sluis varen, waar iedereen treuzelt en de sluis niet in vaart. Dan ontdek ik dat het licht dat op de sluismuur zelf staat ook nog eens enkel wit onderbroken moet zijn om de sluis in te mogen varen. Alle andere keren dat we door het kanaal zijn gevaren was dat nooit een item.

In de jachthaven roep ik de sluis op om te vragen hoe lang we moeten wachten. ‘über eine viertelstunde’ is het antwoord. We waarschuwen de Zweden en varen rechtstreeks naar de sluis. Een vrachtschip is bezig vast te maken aan de middenmuur en al snel mogen wij ook invaren. Er is weinig ruimte naast het schip en Hilda laat het sturen even aan mij over. Ook de Zweden gaven aan dat ze het best een beetje smal vonden. Ik denk dat het te maken heeft met de nabijheid van zo’n scheepshuid, want we hadden nog best een paar meter over.

In de sluis van Brunsbuttel

In de sluis van Brunsbüttel

In recordtempo met weer snelheden die af en toe boven de 10 knoop liggen zeilen we naar Cuxhaven waar ik bijna te laat aan de oversteek begin omdat eerst een groot containerschip moet passeren. We willen weer naar de haven van de LCF en ik zie dat de Zweden mij niet volgen. In de haven maken we stootwillen en landvasten klaar en zorgen er voor om deze keer niet weer aan lagerwal te liggen. Als we al een tijdje vastliggen komen de Zweden er toch nog aan. Ze wilden inderdaad naar de andere haven, maar waren er al voorbij voor ze het doorhadden. toen ze gedraaid waren besloten ze toch maar iets verder terug te varen vanwege de bredere ingang van de Amerikahaven. Het kostte alleen behoorlijke moeite, want met bijna volgas maakten ze een grondsnelheid van slechts 2,5 knopen.

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2013 - Het zit tegen.