Symbister

In Symbister

Niet ideaal maar we liggen vast en kunnen fijn een praatje maken met de Shetlanders

Niet ideaal maar we liggen vast en kunnen fijn een praatje maken met de Shetlanders

Symbister staat in de almanak omschreven als een vissershaven waar bezoekende jachten aan de binnenzijde van het binnenste havenhoofd kunnen vastmaken. De kleine jachthaven is alleen bestemd voor locale bootjes. Als we binnenvaren zien we op de drijvende steiger van de jachthaven al een groot bord met ‘No berthing’. De plek voor jachten ligt volgepakt met vissersboten en alleen aan de laad en loskade is nog wat ruimte, maar niet voldoende voor een jacht én een vissersboot. We maken vast en vragen een krabbenvisser of we daar kunnen blijven liggen. Hij stelt ons gerust en zegt dat de vissers wel in een pakje gaan liggen. Omdat we tegen autobanden liggen breng ik mijn plank tussen de banden en de stootwillen in stelling want autobanden geven meestal erg zwart af. De krabbenvisser vertrekt al snel nadat de boot is volgestouwd met krabbenvallen ofwel ‘lobster pots’ zoals ze hier worden genoemd. Ondertussen heb ik uitgebreid met hem en zijn jonge dochter gebabbeld en me laten uitleggen hoe ver we eigenlijk van de ballen vandaan moeten blijven. Hij legt me uit dat het afhankelijk is van de diepte van de plek en van het tij. De bal moet boven water blijven met hoog water bij springtij. Volgens de visser is een afstand van drie scheepslengten meer dan voldoende zolang je rekening houdt met de stroom en er aan de goede kant langs vaart, maar voor de zekerheid stelt hij voor om er een halve cable van te maken, (dus zo’n 100 meter), want bij weinig wind en stroom drijft de lijn naar de oppervlakte. Horizontale lijnen tussen twee ballen waren hem onbekend.

Ik ga met deze gegevens eens aan het rekenen neem als voorbeeld een lobsterpot aan de ingang van de Yell Sound op 25 meter diepte. Omdat een visser waarschijnljk geen theoreticus is en de lobsterpotten op verschillende diepten worden uitgezet ga ik er maar vanuit dat men ‘royaal’ is en 10 meter lijn meer uitzet dan noodzakelijk. Zolang de lijn strak staat bij wind en stroom kun je zelfs bij deze lengte bijna tegen de bal aan varen zonder dat de kiel de lijn raakt, maar als de stroom keert en er bovendien geen wind staat, kan er toch zo’n negen meter lijn aan de oppervlakte drijven. Zelfs bij een dergelijke overdaad aan lijn geeft 100 meter afstand een heel veilig gevoel.

De lege plek achter ons wordt al snel gevuld door een kleine krabbenvisser en als er dan nog een behoorlijk grote vissersboot met schelpdieren binnenkomt verwacht ik wat gemopper. Maar niets van dit alles. De grote boot maakt een draai en vaart de platte achterzijde van de boot stijf tegen de kade in de kleine ruimte die nog over is. Op die manier vastgemaakt lost men de zakken met ‘schelpen’ en we worden nog vriendelijk begroet ook. De boten worden na het lossen ergens anders vastgemaakt.

Het is al tegen elven als er nog een visser binnenkomt die zijn lading met schelpdieren komt lossen. In de boot sta ik toe te kijken hoe hij de zware zakken op de kant slingert. Ik maak een opmerking dat krachttraining op de sportschool voor hem niet nodig is. Het doet hem schijnbaar goed want iets later houdt hij een grote vis omhoog en vraagt of ik belangstelling heb. Schoongemaakt en al krijg ik de vis aangereikt. Mijn dank wimpelt hij weg met een “het is maar bijvangst”.

 Een vis, en wat voor een!

Een vis, en wat voor een!

 

 

Dit artikel is gepubliceerd in categorie Faeröer - Shetlands.