De Shetlands

Tórshavn – Symbister (Walsay, Shetlands),    ma 3 juli – di 4 juli, 201 zm van totaal 1621 zm

Na een paar dagen in Tórshavn begint het opnieuw te kriebelen en de inhoud van het weerbericht wordt weer belangrijk. Ik zie later in de week een steile opwaartse lijn in de curve van de windsterkte en, minstens zo belangrijk, een draaiing naar het zuidoosten en te lang wachten zou dus kunnen uitdraaien op hoog aan de wind zeilen of kruisen. In de daarop volgende gribfile komt het stijgende lijntje al wat eerder en zeker in de buurt van de Shetlands. Wij willen eigenlijk nog een dag naar Klaksvik, een andere haven op de Faeröer, en overleggen wat verstandig is. Als de hardere wind inderdaad eerder gaat komen kunnen we een rustige overtocht wel vergeten. Omdat Hilda wat tegen de oversteek op ziet besluiten we het zekere voor het onzekere te nemen en de volgende morgen al te vertrekken. Wat het zeilen betreft kon het beter, want maandag is er minder dan 10 knopen wind en dinsdag net iets meer en qua richting zal de wind de hele oversteek ruim zijn.

Het gat van Nólsoy

Maandagmorgen, na afhandeling van de formaliteiten in het havenkantoor, varen we iets na negenen weg. Tot aan de punt van Nólsoy hebben we de stroom nog mee. Het grootzeil hebben we gehesen maar de genua uitrollen heeft geen zin. De wind is te zwak om het zeil bol te houden en bovendien komt de wind bijna achterlijk in. De hele reis blijft de wind helaas ver onder de 10 knopen, alleen in de vroege ochtend zie ik af en toe twee cijfers op de meter. Ondanks de geringe windsterkte staat er toch een behoorlijke oceaandeining en golfhoogte schatten is niet makkelijk maar 2 tot 3 meter in de golfdalen lijkt me echt niet overdreven. Het veroorzaakt een continue rollen van de boot. Het grootzeil is dan ook al lang gestreken want het trekt niet mee en het slijt alleen maar. De giek is met een extra lijntje gefixeerd om heen en weer zwaaien te voorkomen. Meerdere keren probeer ik de genua geheel of gedeeltelijk uit te rollen, maar even zo vaak rol ik hem ook tamelijk snel weer in.

Klik hier voor foto’s van de oversteek Faroer – Shetlands

Zonsopkomst om 03:45 uur. De hele nacht is het niet echt donker geweest

Er is geen eer aan te behalen en de motor doet zijn best van het begin tot het einde van de oversteek. Precies 28 uur later hebben we de oversteek voltooid en dinsdag om kwart over één draaien we na 175 mijl de Yell Sound aan de noordkant van de Shetlands in. Het geluk is met ons, want de stroom begint net te draaien en we krijgen meestroom. Het besluit om te ankeren in de Colla Firth laten we varen omdat we prachtig gebruik kunnen maken van de beginnende zuidwaartse stroom om door de Yell Sound te varen. We mikken nu op Symbister op Walsay, zo’n 20 mijl verder, waar we zo ongeveer om vijf uur ’s middags kunnen zijn.

De ingang van de Yellsound is rechts om de hoek

 

In Symbister

Niet ideaal maar we liggen vast en kunnen fijn een praatje maken met de Shetlanders

Symbister staat in de almanak omschreven als een vissershaven waar bezoekende jachten aan de binnenzijde van het binnenste havenhoofd kunnen vastmaken. De kleine jachthaven is alleen bestemd voor locale bootjes. Als we binnenvaren zien we op de drijvende steiger van de jachthaven al een groot bord met ‘No berthing’. De plek voor jachten ligt volgepakt met vissersboten en alleen aan de laad en loskade is nog wat ruimte, maar niet voldoende voor een jacht én een vissersboot. We maken vast en vragen een krabbenvisser of we daar kunnen blijven liggen. Hij stelt ons gerust en zegt dat de vissers wel in een pakje gaan liggen. Omdat we tegen autobanden liggen breng ik mijn plank tussen de banden en de stootwillen in stelling want autobanden geven meestal erg zwart af. De krabbenvisser vertrekt al snel nadat de boot is volgestouwd met krabbenvallen ofwel ‘lobster pots’ zoals ze hier worden genoemd. Ondertussen heb ik uitgebreid met hem en zijn jonge dochter gebabbeld en me laten uitleggen hoe ver we eigenlijk van de ballen vandaan moeten blijven. Hij legt me uit dat het afhankelijk is van de diepte van de plek en van het tij. De bal moet boven water blijven met hoog water bij springtij. Volgens de visser is een afstand van drie scheepslengten meer dan voldoende zolang je rekening houdt met de stroom en er aan de goede kant langs vaart, maar voor de zekerheid stelt hij voor om er een halve cable van te maken, (dus zo’n 100 meter), want bij weinig wind en stroom drijft de lijn naar de oppervlakte. Horizontale lijnen tussen twee ballen waren hem onbekend.

Ik ga met deze gegevens eens aan het rekenen neem als voorbeeld een lobsterpot aan de ingang van de Yell Sound op 25 meter diepte. Omdat een visser waarschijnljk geen theoreticus is en de lobsterpotten op verschillende diepten worden uitgezet ga ik er maar vanuit dat men ‘royaal’ is en 10 meter lijn meer uitzet dan noodzakelijk. Zolang de lijn strak staat bij wind en stroom kun je zelfs bij deze lengte bijna tegen de bal aan varen zonder dat de kiel de lijn raakt, maar als de stroom keert en er bovendien geen wind staat, kan er toch zo’n negen meter lijn aan de oppervlakte drijven. Zelfs bij een dergelijke overdaad aan lijn geeft 100 meter afstand een heel veilig gevoel.

De lege plek achter ons wordt al snel gevuld door een kleine krabbenvisser en als er dan nog een behoorlijk grote vissersboot met schelpdieren binnenkomt verwacht ik wat gemopper. Maar niets van dit alles. De grote boot maakt een draai en vaart de platte achterzijde van de boot stijf tegen de kade in de kleine ruimte die nog over is. Op die manier vastgemaakt lost men de zakken met ‘schelpen’ en we worden nog vriendelijk begroet ook. De boten worden na het lossen ergens anders vastgemaakt.

Het is al tegen elven als er nog een visser binnenkomt die zijn lading met schelpdieren komt lossen. In de boot sta ik toe te kijken hoe hij de zware zakken op de kant slingert. Ik maak een opmerking dat krachttraining op de sportschool voor hem niet nodig is. Het doet hem schijnbaar goed want iets later houdt hij een grote vis omhoog en vraagt of ik belangstelling heb. Schoongemaakt en al krijg ik de vis aangereikt. Mijn dank wimpelt hij weg met een “het is maar bijvangst”.

Een vis, en wat voor een!

 

Symbister – Lerwick, wo 4 juli 13 zm van totaal 1634 zm.

Als ik de volgende dag om zeven uur door het luik naar buiten kom is onze achterbuurman (die van de vis) al weer bezig weg te varen. We groeten elkaar en ik bedenk dat het toch erg hard werken is om op deze manier je brood te verdienen. Tijdens mijn vroege morgenwandeling zie ik dat de krabbenvisser, waar ik de vorige dag mee sprak, ook al weer druk bezig is om de volgende lading lobsterpotten op zijn aanhangwagen te laden. Ik vraag hem of ze een goede boterham hebben aan dat harde werken. Hij vertelt mij dat hij een normale baan heeft op een veel grotere vissersboot waarmee ze op zee vissen en dat de lobsterpotten een hobby is. Hij kan van de opbrengsten juist het brandstof en het onderhoud van zijn boot betalen zegt hij. Een kleine vraag van mij is voldoende om een goede uitleg te krijgen hoe zo’n krabbenval nu precies werkt en welke verschillende modellen hij gebruikt. Verbazend aardige lui die Shetlanders!

Lerwick

Wij varen rond 9 uur weg en leggen de 13 mijl naar Lerwick af op de motor met vrijwel geen wind en erg rustig water. We zijn alert en blijven minstens een halve cable bij vissersballen vandaan. In Albert dock staan op de steiger aan de Victoria pier de ons bekende borden dat de pier binnenkort gebruikt moet worden voor tenders van een cruise schip.  Aan de Albert Warf steiger is nog één plaatsje vrij waar we weliswaar in passen maar ook niets over hebben. We hebben een extra aanloop nodig want bij de eerste poging zijn we te voorzichtig en blijven iets te ver van de kant. Lerwick is voor een iets langere periode een prima plek met water en stroom en bovendien een acceptabel tarief maar helaas zonder wifi. De Lerwick Boatclub biedt wel mogelijkheden maar de pc in de boot is geen laptop en onze KPN databundel die we sinds 1 juni ook in het buitenland kunnen gebruiken slinkt wel razendsnel als we die inzetten. We blijven van woensdag tot maandag morgen in Lerwick.

We overwegen om voorafgaand aan de oversteek naar Noorwegen nog een “circumnavigate” Shetlands te gaan doen. Het weer lijkt gunstig, niet al te veel wind en uit de goede richting eerst vanuit het zuiden en daarna ongeveer halverwege de tocht een draaiing naar het noordwesten. Maar Aeolus heeft meegeluisterd en verandert zijn plannen. De zuidelijke wind knechten krijgen vrijaf en de noordelijke knechten moeten eerder aantreden. We vrezen dat we al met harde noordelijke winden worden geconfronteerd als we nog in het noordwestelijke deel zijn, terwijl we in het hele noordelijke gedeelte veel moeten ankeren. We willen dan niet met ongewenst geweld rekening moeten houden.  Daarop besluiten we dinsdagmorgen aan de overtocht naar de Korsfjord ten zuiden van Bergen te beginnen. De vooruitzichten beloven maandag nog heel weinig wind en dinsdag en woensdag een aantrekkende wind uit het noordwesten van 3 bf bij de Engelse kust tot begin 5bf bij de Noorse kust. Een ideale wind voor de oversteek dus.

Klik hier voor meer foto’s van Symbister en Lerwick

We vertrekken uit Lerwick en ankeren 15 mijl zuidelijker in een baai bij het eiland Mousa. In de almanak zijn 5 anker plekken aangegeven waarvan we de meest gunstige uitkiezen. Aan één voorwaarde kan de plek jammer genoeg niet voldoen: een bruikbaar telefoonsignaal. Slechts 10 minuten voor we het anker lieten vallen zag ik nog alle streepjes op de telefoon, maar achter het anker is er niet eentje overgebleven.

Het erg rustige ankerplekje zonder communicatie

We verkassen daarop naar Hos Wick, een stukje dichter bij een dorpje. Opnieuw hetzelfde verschijnsel, iets verder van de kant een prima signaal en op het ankerplekje slechts een of geen streepje. Toch net genoeg om de weerberichten te updaten. Helaas zijn er geen nieuwere berichten dan die we ’s morgens in Lerwick gedownload hebben. Wel liggen we hier behoorlijk te schommelen op de Noordzee deining die de baai binnenloopt. Opnieuw halen we het anker op en gaan terug naar het eerste plekje waar we een vrijwel windstille nacht meemaken. Het weerbericht moet maar wachten tot we de volgende morgen echt aan de oversteek beginnen. Als het ons niet zint kunnen we ons nog altijd bedenken.

 

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2017 - Westwaarts.