Naar Nederland

Torekov – Copenhavn, 21 aug, 50 zm

Als we op maandag de 21e vertrekken uit Torekov weten we nog niet waar we die avond zullen overnachten. Het oorspronkelijke plan was zo ver mogelijk langs de Zweedse kust naar het zuiden varen en daarna via Klintholm en Gedser naar Duitsland.  Landskrona ligt deze dag op een gunstige afstand, maar de jachthaven ligt ongunstig en we moeten daarvoor een extra aantal mijltjes maken. We zien in de loop van de dag wel hoe het gaat.

Met een achterlijke wind en prachtig weer in de Sont

Van Torekov zeilen we richting Kullen en met halve wind en een stevige 4 Bf zeilt het natuurlijk fantastisch en zijn we ook snel in de Sont. Daar gaat het in eerste instantie iets minder vlot omdat we de wind heel ruim  van achteren inkrijgen. Naarmate het vasteland van Denemarken en Zweden dichterbij elkaar komen gaat de stroom ons steeds meer helpen. De harde wind uit zuidelijke richtingen die    het Oostzee water dagenlang naar het Noorden heeft gestuwd, komt nu uit het Noorden en daarom stroomt het water weer met grote snelheid terug. In het smalle gedeelte tussen Helsingør en Helsingborg loopt de grondsnelheid zelfs op tot ruim boven de 9 knopen. 

Het Zweedse dorpje Viken aan de Sont. De toren klopt niet anders had het ook in Nederland kunnen zijn.

We hebben inmiddels ook besloten dat we de Sont gaan oversteken naar de Deense kust en naar een haven in Kopenhaven gaan.  De keuze daar is royaal, maar we kiezen voor Margareteholm op Amager, de thuisbasis van zeilvereniging Lynetten. Deze haven ligt op drie km van het stadscentrum en met onze fietsjes is het maar 10 minuten. Daarnaast is er een erg goed openbaar vervoer.


 In de beschutte baai vlak voor de haveningang is alle ruimte om de zeilen naar beneden te halen en we zijn dik tevreden met deze dag waar we van haven tot haven geweldig hebben kunnen zeilen. Eenmaal in de haven speelt de diepte ons weer parten want ons devies “zorg dat er 20 cm water onder de kiel blijft” halen we zelfs niet. Bovendien zien we ook alleen maar rode bordjes in de paar boxen die niet bezet zijn. Bij de hijskraan is de diepte voldoende en zolang de boot niet onbemand is mag er worden vastgemaakt zo lezen we op de borden. Toch komt een bezorgde Deen informeren hoe lang we blijven liggen, want hij heeft de volgende morgen om acht uur al een afspraak om zijn boot eruit te laten hijsen. Ik stel hem gerust en verzeker hem dat we voor acht uur weg zijn. 

Havengeld  moet worden betaald bij een automaat, terwijl er bovendien een havenkaart moet worden gekocht voor elektriciteit . Ik kan niet ontdekken met welk systeem deze  jachthaven werkt. Krijg je bij het retourneren van de kaart alleen het ‘statiegeld’ terug of ook het bedrag dat nog op de kaart staat? Eigenlijk hebben we geen elektriciteit nodig, maar het is wel fijn als er walstroom aan boord is. Een kaart kopen blijkt niet nodig want er zijn meerdere uitgangen waar nog voldoende saldo van voorgaande gebruikers is achtergebleven. 

Er is nog voldoende tijd om de fietsen te voorschijn te halen om nog even iets van Kopenhagen te zien. 

Copenhavn – Klintholm, 22 aug, 50 zm

We maken om kwart voor acht los en komen zo de afspraak met de bezorgde Deen na, die overigens net met zijn boot aan komt varen als wij vertrekken. De eerste mijlen wordt het motorzeilen, maar als we Dragør voorbij zijn en we verder van de kust varen kan de motor uit en hebben we een prachtig zeilrak tot iets voorbij Møns klif.

De brug tussen Kopenhagen en Malmo

Na Møns klif moeten we het westen in om in Klintholm te komen en dat is zo ongeveer in de wind op. Met een vijftal andere boten motoren we de laatste mijlen tot in de haven. We vinden een goed plekje langs een steiger aan de ‘hogerwal’ zijde, terwijl de haven daarna in een hoog tempo vol stroomt met voornamelijk Duitse zeilers. De verhouding Duitsers tov  andere nationaliteiten (incl Denen) schat ik zo ongeveer 25 op 1. 

Gelukkig is er op het haventerrein een winkel waar we wat boodschappen kunnen doen, want brood willen we graag vers.  Hoewel we  een broodbakmachine aan boord hebben, gaan we niet zelf bakken als we kunnen kopen. De havenmeester is lyrisch over de winkel, de best gesorteerde winkel in de wijde omtrek. We halen er de paar boodschappen die we zochten. Er ligt nog één brood op de plank en op de simpele vraag of het gesneden kan wordt allesbehalve vriendelijk gereageerd door de vermoeid uitziende mevrouw achter de toonbank. Grote vraagtekens bij ons, edoch . . . . de havenmeester heeft gelijk voor een andere winkel moeten heel veel kilometers worden afgelegd

’s Avonds als de haven vrijwel helemaal vol is maak ik nog een rondje om de boten die zijn binnengekomen eens goed te bekijken. Er liggen een aantal prachtige jachten, een lust om naar te kijken. Het grootste gedeelte behoort tot de Franse en Duitse eenheidsworst,  vierkante polyester steilstevens met lelijke bobbelkajuiten, waarvan er twaalf in een dozijn gaan. 

Avondrust in Klintholm

Klintholm – Gedser, 23 aug, 34 zm

Met weinig wind vertrekken we al vroeg uit Klintholm terwijl we ‘gezegend’ zijn met een zwakke wind van minder dan 10 knopen uit westelijke richtingen.  Hoewel we  zeilen geven we de motor ook een voortstuwende opdracht. Pas als we al behoorlijk dicht bij de zuidpunt van Falster zijn trekt de wind aan tot 15 knopen.   We zijn vroeg in de haven van Gedser, het is nog leeg en we hebben vrije keus. We kiezen een langsplekje in de beschutting van wat bomen en ander groen. Een prima plek voor Hilda om gemakkelijk van de boot te komen.

Er komen nog twee Nederlandse boten binnen die ik even help met aanleggen want de wind is inmiddels wat aangetrokken en met zijwind aanleggen in boxen zonder vingers  gaat niet altijd even makkelijk. Aan de hand van de naam weet ik dat ik één van beide jachten eerder heb gezien,  en niet even vluchtig, maar ik weet niet waar en wanneer. We staan wat langer met elkaar te praten en wisselen wat ervaringen uit maar waar we elkaar eerder hebben ontmoet krijgen we niet boven water. De grijze massa daarboven blijft actief en een uurtje later heb ik het weer op een rijtje. In Cuxhaven, een paar jaar geleden, zijn we bij elkaar aan boord geweest, maar vanwege een inbraak bij hen thuis zijn ze toen hals over kop met openbaar vervoer vertrokken.

Gedser – Burgstaaken, do 24 aug, 31 zm 

Met een ozo wind van 4Bf zeilen we deze donderdag al vroeg op de dag naar Burgstaaken op Fehmarn. We liggen al om 12:00 uur aan de buitenkant van een steiger. In deze haven is meestal maar weinig plaats en bovendien moeten we om de diepte denken. Ook nu hebben we maar 10 tot 20 cm onder de kiel. We fietsen naar Burg om wat inkopen te doen, blijven de volgende dag liggen en trakteren onszelf op een etentje in een restaurant in de haven. In de watersportwinkel probeert een oudere heer achter de toonbank, (was het de oude Herr Weilandt?), ons over te halen onze HQ in een van hun verwarmde loodsen te laten overwinteren. Hij vertelt ons dat ze zeker 50 Nederlandse klanten hebben. Ik ga daarna uit nieuwsgierigheid toch maar even in een aantal van de loodsen kijken en het ziet er zeker niet slecht uit. Zelfwerkzaamheid is geen enkel probleem, zolang er niet aan metalen boten wordt geslepen. Welke ruimte er tussen de boten wordt gelaten is zo vroeg in het winterseizoen nog niet te constateren.

Een van de Nederlandse klanten meert aan de overkant van de steiger af met een kapotte keerkoppeling. Hij vaart met twee opstappers en overwinteren was niet de bedoeling, maar nood breekt wet. Hij bouwt zijn keerkoppeling uit, huurt een busje en vertrekt met zijn opstappers naar Nederland. Volgens zijn planning zal hij over veertien dagen weer terug zijn met de gerepareerde keerkoppeling. Daarna zal de boot op de kant gaan.

 Burgstaaken – Brunsbuttel, za en zo  26 – 27 aug, 94 zm

Ja, 21,5 meter is voldoende, een metertje over!

Zo dichtbij moet de overtuiging het winnen van wat je denkt te zien

Op deze zonnige zaterdag zonder wind geven we de motor opdracht om zijn best te doen. We weten dat de brug naar Fehmarn waar we onderdoor moeten hoog genoeg is, maar met een meter speling vindt ik het toch altijd een tikje spannend. Maar uiteraard blijft er voldoende ruimte over. 

Onderweg naar de ingang van de Kieler Fjord wordt de genua nog een tweetal keren uitgerold als er iets voorbijkomt dat op wind lijkt, maar de wind is niet in staat om enige bolling in het zeil te bewerkstelligen.

We besluiten in Holtenau om het kanaal in te varen en in het haventje van Raderinsel bij Rensburg te overnachten. Het wachten voor de sluis kost heel veel tijd en als het zoveelste zeeschip de sluis in wordt gedirigeerd beginnen we al te vrezen dat we nog veel langer moeten wachten . Uiteindelijk mogen de jachten er nog bij, maar de negen boten moeten in pakjes dicht op elkaar vlak voor de achterste deuren een plekje vinden. De tijdsduur om de sluis te vullen is lang geweest en de jachtschippers worden door de sluiswachter gesommeerd aan boord te blijven en als eerste zo snel mogelijk tussen de bak- en stuurboord gemeerde zeeschepen door te varen om de sluis te verlaten. We mogen zelfs niet betalen en krijgen een gratis doortocht door het kanaal. 

We hebben al meerdere keren in de haven van de familie Schreiber overnacht. Ook hier zijn uitstekende mogelijkheden om de boot achter te laten in de winter. De familie verhuurt zelfs eenvoudige appartementen waar tijdens onderhoudswerkzaamheden gelogeerd kan worden.  Dochter Schreiber zit tegenwoordig op de directeurszetel en leidt het bedrijf want de oude Herr Schreiber is inmiddels boven de 90. 

Op Raderinsel staat Frau Schreiber sr, inmiddels ook al boven de 80,  al klaar om onze landvasten aan te nemen. We staan even te praten en ze staat erop dat we met haar naar een ander jacht gaan waar we een stel ‘Noordvaarders’  uit Leeuwarders ontmoeten die hun boot op Raderinsel in de winterstalling achterlaten.

Om half acht zondagmorgen varen we naar de dieseltank en vullen wat litertjes bij, zodat we voldoende voorraad hebben voor de tocht naar Nederland. Daarna leggen we de laatste 67 km van het NoordOostZeekanaal af naar Brunsbüttel. Alle plekken aan de binnenkant van het haventje zijn al bezet en we parkeren de boot achter in de haven langs de buitenkant. Iets later bedenken we dat het wel eens een minder goed plekje zou kunnen zijn met een volle haven als we morgenvroeg willen vertrekken. We draaien de boot en maken dichter bij de uitgang weer vast. Een uurtje later help ik René Vleut om zijn ‘Ugly Duck’ achter ons aan de steiger vast te maken.

Hij wil net als wij via Helgoland en Norderney naar Nederland en verheugt zich al op prachtige zeiltochtjes de komende dagen. Een paar uurtjes later komt hij me vertellen wat ik ook al had gezien: er komt harde wind aan en misschien zit één tussenstop er nog in, maar als de harde wind sneller komt lig je verwaaid. Hij besluit om toch in één keer door te varen morgenvroeg, een besluit waar wij ons bij aansluiten.

Brunsbüttel – Makkum, ma en di  28 – 29 aug, 190 zm

Maandagmorgen is er een exodus in de haven van Brunsbüttel. Erg veel boten vertrekken op hetzelfde tijdstip en om 7:00 uur varen we al op de Elbe. Eigenlijk wat aan de vroege kant, maar de Elbe1 is ver en de wind is  maar gering, dus  wordt het motoren tot voorbij Cuxhaven, maar voorbij de ’19’ hijsen we de zeilen en hoewel we alleen zeilende  te weinig voorgang maken trekken ze toch een beetje mee. Rond  de middag zien we heel kort nog even 15 knopen, maar al snel daalt de windsnelheid tot bijna niets en daarmee bedoel ik 1,5 knoop. Onze buren uit de haven van Brunsbüttel zijn blijkbaar van gedachten veranderd, want met het laatste restje meestroom duiken zij het Dovetief van Norderney in om daar te overnachten.

Wij varen de nacht door en omdat er geen zeegang is ronden de Westergronden ’s morgens vroeg minder ruim dan een medezeiler dit doet. Hoewel het rondom laag water is houden we steeds meer dan 4 meter diepte, terwijl we op de gronden van de Stortemelk meer dan 7 meter meten. Het levert behoorlijk voordeel op want we zien op de AIS dat onze medezeiler bijna 3 zm  achterop is geraakt.  Geen tegenstroom betekent nog niet dat we de hele reis een gierende meestroom hebben. In de buurt van Harlingen is dit wel het geval en voordat we de sluiskom van Kornwerderzand binnenvaren hebben we de stroom weer een stukje tegen gehad.

Hoewel we om half twee al in de sluiskom van Kornwerderzand waren, kost de sluis de nodige tijd, want door veel jachten wordt ‘vele laatsten willen de eersten zijn‘ tot een motto verheven.  Omdat ik geen ‘Max Verstappen’ ben en niet van ellebogenwerk houd redden we het niet om in de sluis te komen en aan het remmingwerk van de sluis wachten we tot  we er wel rustig in kunnen varen. Om half vier liggen we aan de kopse kant van een steiger van de gemeentelijke jachthaven van Makkum dat is ‘versierd’ met een rood/wit afzetlint.  Is aanleggen hier niet toegestaan? Ik ga maar eens informeren bij de havenmeesteres en uit mijn dank dat ze me dit jaar ontvangen met een ‘versierde’ steiger. De dame schiet in de lach en vertelt me dat het lint er nog hangt van de visserijdagen van de afgelopen week. 

Omdat we geen zomerligplaats hebben reserveer ik een ligplaats voor de hele maand september bij een van de Makkumse werven en daarmee is een eind gekomen aan onze 2017 reis.

We legden deze reis een afstand af van 3170 zm in 4 maanden. We bezochten dit jaar 9 verschillende landen (Schotland en Noord-Ierland meegerekend). 

Spelevaren op het IJsselmeer. foto: Bert Steggerda

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2017 - Westwaarts.