Noord West Schotland


De route van Stornoway via Kinlochbervie en Scrabster naar Stromness

 
Gebruik de muis om in te zoomen in de kaart. Klik hier voor een schermvullende afbeelding.

Stornoway – Kinlochbervie , wo 14 juni 2017, 47 mijl (totaal 1098 zm)

 
Een bezoek aan de Faeröer eilanden staat ook op ons wensenlijstje. Voor de oversteek van rond de 200 mijl willen we wel graag enige stabiliteit maar het weer is nogal veranderlijk.  Als vertrekpunt hebben we meerdere mogelijkheden: vanuit Stornoway op de Outer Hebrides is de afstand het grootst en vanaf Pierowall op de Orkneys het kleinst, maat ook de noordwest hoek van Schotland of de Shetland eilanden zijn mogelijkheden. In de hoop dat we iets later in het seizoen wat stabieler weer gaan krijgen, besluiten we eerst naar de Orkney eilanden te gaan.
 
We willen de afstand van ca 115 mijl in etappes afleggen en de eerste etappe gaat naar Kinlochbervie, zo’n 47 zeemijl. Volgens de gribfiles zullen we onderweg naar Kinlochbervie een stabiele windsterkte hebben van 15 knopen terwijl de richting ruim achterlijk zal zijn, ideaal weer dus.
 
In de haven van Stornoway is er van wind niet zoveel te merken, maar eenmaal buiten de beschutting blijkt het toch stevig te waaien en staan er behoorlijke golven. De eerste vijf mijl tot aan Chicken Head varen we aan de wind met 20 knopen op tamelijk ruw water en vraag ik me af hoe ideaal dit weer eigenlijk is. Als we de zuid cardinale boei van Chicken Rock gerond hebben en 50° noordelijker varen, dus veel ruimer, hebben we minder last van de golven, maken een voortgang van rond de 8 knopen en is het fantastisch zeilen. We zijn wel blij dat we het tweede rif hebben staan want ondanks de stabiele 15 knopen die de gribfiles aangeven blijft het rond de 20 knopen waaien terwijl tijdens buien, die veelvuldig overkomen, de wind aantrekt tot zo’n 24 knopen.We rollen de genua dan ook regelmatig een stuk in en, zoals we al lang weten, blijft de snelheid even hoog, zeilen we comfortabeler en vorderen we goed. Het wordt zo langzamerhand traditie, bij wat minder ideale omstandigheden zit Hilda onafgebroken van begin tot het einde van de tocht aan stuuurboordzijde achter in de kuip en hanteert het stuurwiel. De laatste mijlen nadat we Stoerhead point op afstand ruim voorbij zijn neemt de windsnelheid af tot onder de 12 knopen en daarmee ook de snelheid. De laatste anderhalve mijl naar Loch Inchard motoren we zelfs.
 

LochBervie

In Kinlochbervie is nog precies één plekje vrij aan de langssteiger. Er liggen twee andere jachten, terwijl alle andere mogelijkheden in beslag worden genomen door plaatselijke boten, ondanks de grote borden ‘visiting yachts only’. Aan de binnenkant van de gastensteiger liggen ook een Najad 380 en een Nederlandse Wibo tegen elkaar. Hoewel er ‘Inverness’ op de spiegel staat zou de Najad een Scandinavier zijn en beide liggen er al wel 10 jaar zoals ik van plaatselijke bewoners hoor. De Nederlander komt vrijwel elke zomer wel een paar weken, maar de Scandinavier vrijwel nooit. ‘Het dure jacht ligt hier maar te verkommeren, doodzonde’,  aldus het commentaar.


Klik hier voor foto’s van Noord West Schotland


In Kinlochbervie
 

Kinlochbervie in het hoge noorden van Schotland

Er zijn meerdere redenen om even pas op de plaats te maken. Hilda voelt erg veel voor een paar ‘havendagen’, terwijl aan het einde van de week  wind wordt verwacht van rond de 30 knopen. We liggen in deze haven erg beschut met de boot aan de ‘hoge’ kant van de steiger, dus erg geschikt om ‘verwaaid’ te liggen. En ook niet onbelangrijk in de relatief dure havens: in Kinlochbervie wordt voor één nacht liggeld betaald en daarna is de volgende aaneengesloten nacht gratis. Daarom besluiten we om 4 dagen te blijven en zondag weer verder te varen.
 
De volgende dag, donderdag, is een geschikte dag om op de fiets de omgeving te verkennen. In het kleine dorpje met een paar honderd inwoners  is weinig te vinden,  maar in een Spar winkel kunnen we onze leeftocht kopen. Ook is er een kleine cafetaria waar we maar weinig activiteit hebben bespeurd.  Volgens Wikipedia is in het dorpje  een gemeente van de “Free Presbyterian Church of Scotland”  gevestigd, maar het kerkje ziet er niet naar uit dat er vaak een dienst wordt gehouden.   De rest van de drie dagen zijn minder geschikt om verder rond te kijken want het regent of miezert vrijwel continue , terwijl het vrijdag en zaterdag ook nog eens hard waait. Dagen met dikke truien en voornamelijk binnen zitten dus.


Zondag, 18 juni 2017, Kinlochbervie – Kinlochbervie, 6 zm

 
De reis voor deze dag is een tocht rond Cape Wrath en vervolgens door naar Kyle of Tongue aan de noordkust waar we in de Talmine baai willen ankeren, een tocht van ruim 40 mijl. De almanak waarschuwt voor ruw water rond de kaap en adviseert 3-5 mijl afstand te houden.  Het is allesbehalve mooi weer om te vertrekken maar eenmaal onderweg valt het meestal wel mee zo redeneer ik. We varen Loch Inchard uit, hebben het tweede rif gezet en wat later rollen we ook het voorzeil gedeeltelijk uit. Als we goed en wel op het wijde water zijn en zo’n drie mijl gevorderd valt het echt niet mee. Het waait 6Bf, de golven zijn vervelend  en we stuiteren over het water. Hilda kijkt me vragend aan zo met een blik van ‘willen we dit echt?’  Nee, dus.  We keren de boot en varen terug naar het plekje aan de steiger dat ons uitnodigend  ontvangt.


Maandag 19 juni 2017, Kinlochbervie – Scrabster, 66 zm (totaal 1169 zm) 

 

Cape Wrath

Er is iets minder wind, zo rond de 19 knopen en deze dag wordt er wel gezeild.  We ronden Cape Wrath op twee mijl afstand. Of het op een grotere afstand beter was geweest zullen we niet weten maar hobbelig is een eufemisme. We zeilen hard en besluiten in één ruk door te varen naar Scrabster, zodat we de dag erna het tijdstip beter  kunnen bepalen wanneer  we bij de ingang van de Hoy Sound moeten zijn. We varen pal voor de wind alleen op het grootzeil om schavielen van de genua te voorkomen. Door het rollen op de golven valt het voorzeil continue in en schuurt het achterlijk tegen de babystag.
 

Het zeilt!

Tijdens de reis trekken vele buien over ons heen en veroorzaken het tijdelijk aantrekken van de wind tot 22 knopen.  Pas achteraf lees ik dat we, met wat meer afstand tot de kust,  het qua golven misschien wat rustiger zouden hebben gehad want  Strathy Point en Ushat Head veroorzaken ook onrustig water. Bij Scrabster zijn we erg alert op vissersballen want in de almanak wordt gewaarschuwd voor ‘floating creel lines’ aan de noordkant van de haven, want we vinden dat we voldoende ervaring hebben opgedaan met ‘ankeren’ aan een vislijn.
 
De havenmeester beantwoord mijn oproep op de marifoon met: “ten meters?”  “No sir, thirteen meter”.  Dan horen we:  ‘I will try to find a space to squeeze you in’. We verwachten dus dat we veel jachten zullen aantreffen, maar niets is minder waar. De haven is geheel gevuld met lokale boten en er is eigenlijk  maar weinig ruimte voor bezoekende jachten. Twee mannen in gele hesjes staan al te wenken op de steiger. Wij  meren af, geholpen door wat de havenmeester en z’n assistent blijken te zijn, in een weliswaar ruime box, maar ‘squeezed’  tussen twee lokale 9 meter  jachten. 
 

Scrabster, een commerciële haven

 
Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2017 - Westwaarts.