De Finse kust Noord

 

Do, 5 juli, Båtskärsnäs – Marjaniemi, 54 zm

Donderdag vertrekken we vroeg uit Båtskärsnäs voor een redelijk lange tocht van 54 zm naar Marjaniemi op het eiland Hailuoto voor de kust ten westen van Oulu.  De wind komt van  achteren en waait gemiddeld zo’n 15 knopen, maar is wel vlagerig en soms zien we 22 kn op de teller. 

Het laatste Zweedse eilandje

Het laatste Zweedse eilandje

Nog dicht onder de kust zeilt het fantastisch, maar hoe dichter we bij ons doel komen hoe meer last we krijgen van de relatief hoge golven. De boot rolt nogal en de stuurautomaat, de Raymarine 1000 op de windvaan moet goed z’n best doen. De haveningang is nogal nauw en het is even precies sturen om met de hoge dwarsgolven tussen de rode en groene boeien te blijven. Daarna moet worden aangelegd in de totaal onbeschutte haven met 17 knopen dwarswind en een boei weer tamelijk ver achteruit. Opnieuw blijkt dat we hier weinig ervaring mee hebben en we zijn weer erg blij met hulp op de steiger. Het is ook niet gemakkelijk voor Hilda. Ze moet de boei goed aanvaren zodat ik de lijn aan kan klikken, vervolgens de lijn naar de boei strak houden om te voorkomen dat die in de schroef terecht komt, gelijkertijd de boot naar de steiger varen, op tijd tot stilstand komen en daarbij ook nog eens zorgen dat de dwarswind wordt gecompenseerd. Uiteindelijk liggen we prima met nog 4 andere jachten in een haven met 50 genummerde plekken. Ik meld me bij het ‘cafe’ en moet daar ontdekken dat we eigenlijk aan de andere steiger hadden moeten vastmaken, want waar we liggen is geen elektriciteit en water. We hebben geen zin om weer te verkassen met die harde dwarswind en zonder elektriciteit redden we het ook wel. De volgende morgen is de wind bijna verdwenen en varen we nog even naar de hoge kant van de andere steiger om de watervoorraad aan te vullen.

Marjaniemi is een geliefde plek voor campers want er staan vele aan de kant. De twee andere jachten aan de steiger gebruiken deze westelijke haven als ‘springplank’ naar Zweden. Ze vertellen me dat ze de volgende dag naar Lulea gaan, een oversteek van zo’n 70 zm. Ze nemen er de tijd voor want als ik ’s nachts (het is daar overigens volkomen licht om die tijd) om 2 uur even mijn hoofd boven het luik uitsteek zijn ze al druk in de weer en een kwartier later zijn ze vertrokken. 

 

Vr, 6juli,  Marjaniemi – Lapaluoto,  24 zm

We hebben best wel moeite welke haven geschikt is voor de volgende overnachting. De Finse kust is erg ondiep en het merendeel van de havens is dat ook, veel ervan zijn minder diep dan 2 meter. Richting het zuiden vinden we 4 havens waar de diepte 2,4 meter of meer is. De afstand naar Tankar bij Kokkola vinden we te groot voor één dag en daarom concentreren we ons op de drie havens van Raahe. Twee ervan vallen af omdat de waterstand 23 cm lager is dan normaal en dat betekent resp 2,1 en 2,2 meter. De derde, Lapaluoto,  is 3,5 meter diep en daar gaan we voor. De afstand is 24 zm en de wind is bijna de hele reis gering, met uitzondering van het laatste uur, dan trekt de wind flink aan. Hoewel we de zeilen bij hebben staan staat de motor tijdens de reis  ook regelmatig  te snorren. In de toegangsgeul is het nauwkeurig langs cardinale en laterale betonning varen. Als we al bijna in de haven zijn wordt het even spannend. Op de dieptemeter zien we op een zeker moment 2,3 meter en we liggen dan ook bijna stil voor zover dat gaat met de kortstondig aantrekkende wind die ons bij aankomst even wil plagen. Gelukkig wordt het snel weer dieper en in de haven hebben we geen problemen meer. 

Lagerwal in Lapaluoto

Lagerwal in Lapaluoto

Er is een lange steiger met een 20 tal kleine vissersboten die in boxen liggen die voor ons veel te klein zijn. Het betekent dat wij aan de andere  kant langszij moeten afmeren. Dit is echter wel de lage kant en de wind die rond de 15 knopen blijft hangen blaast ons stevig  tegen de steiger terwijl de golven ook het spelletje aardig meespelen. Acht normale stootwillen en twee van die grote ronde ballen verzachten de pijn en we liggen toch wel goed die nacht.

Op zaterdag de 7 juli blijven we lekker liggen. De weerberichten geven aan dat zeker  in de omgeving van Tankar bij aankomst daar een harde wind wordt verwacht met windstoten van tegen de 8 Bf. Omdat het ook nog eens een klein haventje is waar het misschien wel eens vol zou kunnen zijn besluiten we alle risico’s uit te sluiten. Op zondag de 8ste ziet het er veel gunstiger uit.

Lapaluoto is een kilometer of 4 verwijderd van Raahe en we hebben geen zin om er naartoe te fietsen. Ik beperk me tot een wandeling in de omgeving.

Zo, 8 juli,  Lapaluoto – Tankar ,  24 zm

De tocht naar Tankar gaat zoals we elke tocht zouden wensen. Na vertrek uit de haven de zeilen omhoog en pas weer naar beneden vlak voor aankomst. Het zeilt geweldig snel en we zien zelfs een uurafstand van 8,1 zm. Het laatste uurtje laten we de motor wel lopen, maar niet aandrijven, want 2 dagen zonder stroom en twee dagen de autopilot het stuurwerk laten doen vraagt wel wat van de accu’s. Tankar heeft volgens de havengids geen mogelijkheid voor walstroom. Als we het kleine haventje binnendraaien zien we de steiger met 4 boeien achteruit helemaal leeg. Er is ook nog een langssteiger waar, gezien de grote trap,  een grote passagiersboot kan aanleggen. Op internetfoto’s zag ik daar echter ook een groot jacht liggen. Wij parkeren de boot aan de langssteiger en ik ga in het café informeren of ik daar kan blijven liggen. Het is oké en ook morgen kan ik blijven liggen. Pas woensdag  in de loop van de middag komt de boot en als we dan weg zijn is het prima.

In Tankar is veel ouds bewaard gebleven

In Tankar is veel ouds bewaard gebleven

 

De vuurtoren op Tankar

Op Tankar staat een vuurtoren en er is een loodsstation gevestigd. Verder staan er een aantal zomerhuizen die verhuurd worden en een kerkje dat geschikt is voor zo’n 80 mensen. Volgens de beschrijving wordt het regelmatig gebruikt om huwelijken te voltrekken. m/s Jenny, een boot met maximaal 175 passagiers brengt dagjesmensen uit het 15km verwijderde stadje Kokkola die op het eiland kunnen wandelen, eten en drinken. De wandelroutes zijn niet zo heel erg lang want ik doe er zo’n drie kwartier over om de route over het eiland te lopen. 

We nemen een pilsje op de mooie zeildag. Ze hebben verschillende merken  halve liters in blik. Ik laat de keuze van het merk over aan de bediening, iets wat nogal moeilijk wordt gevonden en twijfels oproept. Zijn keuze bevalt ons prima en het pilsje smaakt ons geweldig. Het schijnt niet ongewoon te zijn om een halve liter te delen wat ook wel begrijpelijk is als we elf euro afrekenen voor 2 halve liters.  Het havengeld van een tientje is daarentegen weer erg laag. Hilda informeert naar een 220V aansluiting en dat blijkt er wel te zijn, uiteraard tegen betaling

 

Ma, 9 juli,  Tankar – Raippaluodon Silta,  24 zm

Wat meer naar het zuiden en speciaal in de Vaasa skärgård hebben we een iets ruimere keuze voor een overnachtingsplek. We zijn nog steeds niet erg in voor marina’s  in een stad en als we in de gids een haven tegenkomen dat prachtig op de route ligt wordt dat ons favoriete plekje. Het is echter een ‘restaurant haventje’ en van eerdere reizen weten we dat verwacht wordt dat je komt eten. Omdat we er eigenlijk best wel aan toe  zijn om eens buiten de deur te gaan eten zetten we de koers uit naar dat haventje. Het is een tocht van ruim 60 zm  en met een zwakke wind wordt het motoren. We vertrekken erg vroeg, om 6 uur en na ruim 10 uur motoren maken we om 10 voor half vijf vast, met een boei achteruit en met de punt aan de steiger. 

De haven van Berny’s restaurant

Op een klein open motorbootje na liggen we alleen in de haven. Tijdens het aanmelden blijkt al snel dat van ons niet echt verwacht wordt dat we daar gaan eten. Maar zelf rekenden we er wel op en om half zeven gaan we dan ook de wal op. We kunnen kiezen uit een cafetaria en pizza afdeling en een à la carte restaurant. We kiezen voor het laatste en gaan voor drie gangen. Het voorgerecht smaakt erg goed maar zou als amuse het niet slecht hebben gedaan. Daarna het hoofdgerecht. Een miezerig klein bord met in het midden de fantasie van de kok.  De smaak is perfect maar de hoeveelheid is ver beneden de maat. We  moeten tevreden zijn met elk twee mini stukjes vis.  Een bakje met gekookte aardappeltjes is het enige dat naast het hoofdgerecht op tafel wordt gezet. Het nagerecht, een normale portie ijs,  maakt het voorgaande een klein beetje goed. We moeten het havengeld in de cafetaria afrekenen en ik kijk verlangend naar hetgeen allemaal in de vitrine is uitgestald.  De volgende dag kopen we vis in de supermarkt als verlengstuk van het diner.   

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2018 Botnische Golf.