‘Harvey’s Bristol Cream’

Jaren geleden werd bij Draaisma Franeker, onze winterstallingswerf, een jacht met een defecte saildrive door een berger binnengebracht. Van de monteur hoorde ik dat de saildrive was vastgelopen en behoorlijk beschadigd vanwege waterlekkage langs de uitgaande as. “Doodzonde, het ding kan naar de schroothoop want reparatie is te duur en dat alleen omdat men nooit naar de olie kijkt”, zo mopperde hij. Voor mij is het daarom een gewoonte geworden om ’s morgens voor vertrek zowel het oliepeil van de motor als van de saildrive te controleren.

Zeilend tussen de scheren ten oosten van Stockholm

Al zeilend langs de Zweedse kust zag ik op een zekere morgen een iets andere olie structuur op het peilstokje van de saildrive,  niet helemaal meer die van zonnebloemolie maar min of meer een wat schuimige structuur. Mijn ‘boothypochondrie onderweg’  maakt mij  zeer alert en  ’s avonds, na een dag zeilen en een uurtje motoren, is er niets veranderd. De substantie op het peilstokje voelt wel erg olieachtig aan en ik besluit om het nog even aan te zien, want om nu direct naar een ‘saildrivedokter’ te gaan lijkt ook zo paniekerig. Bovendien was mij verteld dat de olie wit zou zijn als er vocht in zat, en dat is niet het geval. Proefjes met wat olie in een flesje met een kleine toevoeging van water vertonen, zelfs na langdurig en intensief schudden, absoluut niet dezelfde schuimige structuur. Maar de olie krijgt ook geen witte kleur en ik zie het water na het schudden behoorlijk snel weer naar de bodem zakken. De ‘zonnebloemolie structuur’ komt echter niet terug en mezelf geruststellend vraag ik me optimistisch af of het misschien alleen veroudering van de olie zou kunnen zijn, maar inwendig weet ik beter.

Het geluid van de saildrive houdt  me ook al een tijdje  bezig.  Er is nauwelijks nog een toerental te vinden waarbij de Maxprop geen klapperende geluiden maakt, terwijl de voortstuwingsgeluiden uit de saildrive naar mijn gevoel steeds luider worden. De tandwielen onderin zullen toch niet allen maar door water worden ‘gesmeerd’? Doemscenario’s proberen  mijn ‘boothypochondrie’  te versterken, maar positief denken helpt beter in dergelijke situaties weet ik uit ervaring.

Dit is wel even schrikken, 'zonnebloemolie' ziet er heel anders uit!

Dit is wel even schrikken, ‘zonnebloemolie’ ziet er heel anders uit!

 Ik heb inmiddels bedacht dat ik met het pompje dat bij de motor hoort  kan proberen om wat olie uit de saildrive te pompen voor een nadere analyse. Wanneer  we bij Arholma achter ons anker liggen probeer ik  dat dan ook. Het slangetje gaat  voldoende ver door de opening van het peilstokje naar beneden om  wat olie in een plastic flesje te pompen. Het is schrikken: de olie heeft de structuur van ‘Harvey’s Bristol Cream’ alleen is de kleur wat donkerder. Hoewel  niet verwacht is het voor mij zo klaar als een klontje: water in de saildrive. Nadat ik de drive met nieuwe olie heb bijgevuld,  besluiten we naar Øregrund te zeilen om daar ons geluk op reparatie te beproeven.

De havenmeester kondigt mijn bezoek aan bij een werf en ik fiets met het flesje er naartoe. Daar bevestigt men mijn conclusie maar kan me niet helpen vanwege  de diepgang van de boot en het lage waterpeil: -60 cm! Men verwijst me naar de buurman op nummer 35: ‘Grepen Marin’ waar het dieper zou zijn.

 

‘Grepen Marin’ is een bedrijf naar mijn hart. Geen receptie, geen super opgeruimde omgeving, niet om door een ringetje te halen maar een echt techneuten bedrijf. Ik kom binnen door een openstaande deur en stap de keuken binnen van een cateringsbedrijf. “Oh, dan moet je bij Lele zijn, loop maar mee”. Het is koffiepauze en Jenny brengt  me naar de kantine waar ik door zes paar ogen, inclusief Lele, wordt ingeschat als ik zeg dat ik hen iets wil laten zien.  Met “Nee, ik ben geen verkoper”, zet ik het flesje op tafel en heb direct alle belangstelling. Een tweede bevestiging van professionals, water in de drive. Na wat vragen over de boot qua afmetingen krijg ik de bevestiging van Lele (Lennaert) dat hij mij kan helpen. Hij heeft zelfs de onderdelen wel. “Kom maar hierheen maar wacht nog een uurtje of vier want we moeten nog een aantal boten in het water leggen”. In Zweden is begin juni de start van het seizoen en daarom is het nogal druk.

Een latere proef met  water in de olie laat wel schuimvorming zien als de olie wat langer staat

Een latere proef met  water in de olie laat wel schuimvorming zien als de olie wat langer staat

Die dag, maandag, gaan we niet uit het water. Lennaert komt me vertellen dat hij de onderdelen  (2 oliekeerringen) toch niet heeft en ze in Stockholm heeft besteld. Om 2 uur morgenmiddag worden ze per post afgeleverd.” Zullen we je boot er maar uithalen” ? “Nee, laten we maar wachten tot de onderdelen er zijn want anders moeten we vannacht een hotel boeken”.

‘Grepen Marin’ is geen formele gasthaven en heeft alleen vaste ligplaatsen, maar ze  hebben super nette toiletten en douches die heel goed worden verzorgd en is het aangenaam vertoeven daar. Ik heb de gelegenheid om te zien  hoe de boten daar via een boothelling in en uit het water worden gereden. Eerlijk gezegd was ik, voordat ik het had gezien, wat sceptisch maar ik ben verbaasd met hoeveel  gemak een en ander plaats vindt. Lennaert had me al verteld dat hij ’s winters boten tot 44 voet op de wal had. Ik had de methode van opbokken van een diepstekende 37 voeter op de wal eens goed bekeken. De boten staan met de kiel op twee zware  houten balken en worden rechtop gehouden door een viertal schuine steunen die met lijnen of kettingen  aan elkaar bevestigd zijn om wegglijden te voorkomen. Trekbanden vanaf de voetrail naar de balken bevorderen de stabiliteit.

Dinsdag waait het behoorlijk hard  en Lennaert wil liever wachten tot na de middag als de wind wat is afgenomen. De post brengt om twee uur inderdaad een pakketje van het bewuste bedrijf., maar de oliekeerringen  zitten er  jammer genoeg niet  in. De volgende bezorging is om zes uur. Geen pakketje. We overnachten voor de tweede nacht aan de steiger. 

Woensdagmorgen belt Lennaert waar het pakje blijft. Hij krijgt te horen dat het per abuis naar de buren op nummer 33 is verstuurd. De buren controleren hun bestelling, maar geen keerringen. Lennaert belt opnieuw. Nee, foutje. Het pakje is wel onderweg, om zes uur wordt het afgeleverd. Lennaert vraagt me om even te letten op een gele bus van de post en het pakketje in ontvangst te nemen als het niet door de brievenbus past. Ik zit voor niets te wachten.

’s Avonds bedenk ik dat we misschien wel te maken hebben met een (groot) bedrijf in Stockholm waar alles tot in de puntjes geregeld is, maar als het niet gaat zoals het geautomatiseerde systeem is ingericht, men geen idee heeft wat te doen.  “Volgens het systeem is het pakje onderweg meneer, ik kan niets voor u doen, het spijt me”.

Tijd voor actie dus. Ik bestel en download op internet een werkplaatsmanual van mijn saildrive, want het papieren exemplaar dat thuis ligt kan ik niet inzien. Ik vind ook een beschrijving wat de oorzaak kan zijn waarom water in een saildrive komt: verouderde (kapotte) keerringen of ingesleten groeven in de as op de plek waar de keerringen moeten afdichten. De oplossing: Nieuwe keerringen en in het laatste geval een prachtige oplossing: de SKF Speedi-sleeve, een superdun hardverchroomd  buisje dat sluitend om de as past en de as van een nieuw loopvlak voorziet.

Donderdagmorgen:  Lennaert is ‘not amused’ dat de onderdelen er niet zijn en dat is een eufemisme. Ik stel Lennaert op de hoogte van mijn bevindingen ten aanzien van de as slijtage en de speedi-sleeve. Als techneut  weet hij precies waar ik het over heb. Lennaert wil de onderdelen  bij een ander bedrijf bestellen en ik stel voor dat ik de onderdelen dan persoonlijk ga halen. Omdat ik het SKF bestelnummer van de speedi-sleeve al heb opgezocht gaat Lennaert direct aan de slag. Binnen 10 minuten weet hij dat de speedi-sleeve niet in Zweden voorradig is en uit Engeland moet komen. Dat duurt  ‘slechts’  een maand. De oliekeerringen zijn op voorraad en ik kan ze gaan halen in Uppsala met zijn auto.

Met een door Lennaert zelf geconstrueerde bootwagen staat de HQ supersnel op de wal

Met een door Lennaert zelf geconstrueerde bootwagen staat de HQ supersnel op de wal

Maar eerst halen we de  boot op de kant om de as te bekijken. De hele operatie is binnen twintig minuten afgerond en we kunnen aan de klus beginnen. Lennaert voelt aan de Maxprop en vertelt me dat ik het ding wel bij hem in de oud ijzer bak kan gooien. Op mijn vraag waarom vertelt hij mij dat de schroef veel lawaai produceert en  klapperende geluiden maakt bij lichte belasting  omdat de bladen  te veel speling hebben. Poeh, precies wat we steeds horen tijdens het varen, terwijl ik over het voortstuwingslawaai niets heb gezegd.

Aan de slag, actie!

Aan de slag, actie!

Tijdens de 20 minuten koffiepauze van de techneuten demonteer ik de Maxprop, tap de olie af en demonteer het binnenwerk van het horizontale deel van de saildrive. Maar verder kom ik niet, want Lennaert wil persoonlijk het nauwkeurige werk doen. De as heeft ondiepe groeven op de plekken waar de keerringen hebben gezeten. Omdat er geen speedi-sleeve voorradig is stelt Lennaert voor om de zitting van de keerringen in het lagerhuis op zijn draaibank 2 mm te verdiepen om zo een andere plek op de as te krijgen waar de keeringen gaan afsluiten.

Lennaert's pickup, best geschikt als ruilobject met mijn eigen autootje

Lennaert’s pickup, best geschikt als ruilobject met mijn eigen autootje

Ik stap daarna in Lennaert’s pickup truck en rijd naar het 85 km verwijderde Uppsala waar Dione Kullager AB een hagelnieuw  magazijn heeft waar dit soort onderdelen kunnen worden afgehaald.

Als ik terug ben gaat Lennaert onmiddellijk aan de slag om het lagerhuis uit te diepen en de oliekeerringen te plaatsen. Ik ben onder de indruk van zijn technische kundigheid. Met uiterste precisie wordt nagemeten of de keerringen wel recht in het huis zitten.  Alle acht moertjes binnenin worden zorgvuldig  met locktite vastgezet.  “Als er eentje lostrilt kun je de saildrive wel weggooien” wordt mij meegedeeld, maar daarvan was ikzelf natuurlijk ook wel overtuigd. Hierna krijg ik het geheel weer in mijn handen geduwd met de opmerking: “Dit terugzetten kun je zelf ook wel en doe wat vet op de vertande as van de drive als je de andere schroef monteert!”

De drive wordt met een drukvat van onderen af weer met olie gevuld. Dat bespaart mij het vullen via een  klein trechtertje door het gaatje van het peilstokje, een langdurige klus. Inmiddels heb ik de reserve vaste schroef gemonteerd die ik bij me had.

Terwijl wij met de saildrive bezig waren heeft een van de medewerkers de beschadigde polyester resten van de kielpunt  weggeflext en afgekit met een speciale ‘onderwater’ kit. Zijn opmerking: “Je bekleedt een kiel toch niet met een dikke laag plamuur  en een matje daar overheen?”, wordt gevolgd door een verhandeling hoe ze het bij hen zouden aanpakken. Tja land’s wijs, lands eer.  Bij ons is de bodem meestal minder hard en minder bobbelig dan hier .

De boot wordt weer teruggereden in het water en een kwartier later lig ik weer tegen de steiger. Ik complimenteer Lennaert met de methode hoe hij  boten uit en in het water haalt. Aan voorbereiding hoef ik minder te doen dan in Nederland waar men met een portaalkraan werkt en waar de achterstag moet worden los gemaakt. Ik moet de saildrive nog wat navullen met olie en daarna kan ik heel tevreden kijken naar de zonnebloemolie structuur op het peilstokje.

Vrijdagmorgen: de dag des oordeels. Lennaert ziet mij aankomen en een grijns ontstaat op zijn gezicht. “En nu het plezierige deel van de operatie, voor mij dan” zegt hij. Op een stukje papier wordt een berekening gemaakt. Hij komt met de vraag , “Wat vind je van 4000 (€ 400,-) Inclusief ligkosten en gebruik van mijn auto?”.  “Nou Lennaert, ik vind je super , ik had ook een berekening gemaakt en die viel iets hoger uit”. Lennaert loopt mee naar de  boot om ook Hilda nog een hand te geven en zo nemen we afscheid. Een super bedrijf!

Die vrijdag zeilen we naar Segelvik, 70 mijl noordelijker. De eerste paar mijltjes gaat op de motor en we kijken elkaar regelmatig verbaasd aan. Geen geklapper meer maar ook nauwelijks nog voortstuwingsgeluid. Dat voortstuwingsgeluid was de reden waarom ikzelf het horizontale deel van de saildrive reviseerde en waarom ik de saildrive in 2015 naar een gespecialiseerd bedrijf bracht voor revisie.  De volgende vraagtekens ontstaan: is een vaanstandschroef dan zo’n lawaaimaker? De nu gemonteerde vaste schroef lijkt het bewijs. Ook dagen later na een behoorlijk aantal motoruren blijft de structuur op het peilstokje onveranderd ‘zonnebloemolie’.

De structuur op het peilstokje van de saildrive is weer 'zonnebloemolie'

De structuur op het peilstokje van de saildrive is weer ‘zonnebloemolie’

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2018 Botnische Golf.