Öland – Nynäshamn


Zo, 3 juni, Stora Rör – Vippholmen, 52 zm

Langs de Zweedse oost kust

De met een prachtige blauwe lucht en een heerlijk zonnetje vertrekken we uit Store Rör, helaas staat er maar een marginaal windje voor zover we over wind kunnen spreken. Vanaf Öland varen we langs de Oostkust van Zweden en passeren op afstand de plaatsen Paskallavik, Oskarshamn en Figeholm. Tot na de middag varen we op de motor. Pas dan komt er wat wind uit het zuid-oosten en kunnen we de gennaker hijsen. Ergens tussen Figeholm en Klintemala had ik in de gids een ankerplekje uitgezocht : Lökholmen. Vlak in de buurt, op de weg er naar toe, is ook nog eens een alternatief.
 
 

Het haventje van Store Rör, 's morgens vroeg

Maar zoals we al regelmatig hebben gezien trekt de wind later in de middag behoorlijk aan en ik begin me toch af te vragen hoe beschut de ankerplaatsjes zijn. Iets na vieren zijn we in de buurt en begeven we ons tussen de rotseilandjes. Het alternatieve ankerplekje ligt vol op de wind en bovendien vinden we het minder geschikt, zeker met wat meer wind. Dan maar verder door een relatief smal geultje naar Lökholmen. Lökholmen is eigenlijk een vaargeul in noord-zuid richting dat op plekken wat breder is, maar daar hebben we, mede door het trechtereffect, ook te maken met een behoorlijke wind. De zwaairuimte is ook al niet te groot en we moeten toch een beetje rekening houden met passerende boten. We kijken elkaar aan en dan is het wegwezen.
 
 

Deze rotsen zijn 'gemaakt' om er langs te gaan liggen. Wij hebben nog niet de moed gehad.

Ik vind een andere plek, Älö Lyckfjärden, ruim een uur varen noordelijker. Als we er bijna zijn herken ik een ander plekje van een vorige reis: Stora Vippholmen, alleen was het daar toen geweldig druk en vonden we toen niet meer de ruimte om het anker uit te gooien. Nu ligt er echter maar één boot achter het anker en nog drie boten nogal verspreid aan de rotsen. Er ligt ook een SXK boei van de Zweedse kruiser club, maar omdat we geen lid zijn mogen we daar geen gebruik van maken. Brutalen hebben echter de halve wereld en de andere helft is voor hen die dat niet zijn. Bij die laatste helft scharen we ons en daarom maken we vast aan de boei. Zo liggen we de nacht aan een SXK boei, maar ook dat heeft zijn nadelen, het touw schuurt over de vloeien van het anker. Eigenlijk lig ik liever achter het eigen anker.

 

Ma, 4 juni, Vippholmen – Flatvarp, 30 zm

Ons doel vandaag is een ankerplekje in de oostelijke scheren, het liefst op een redelijke dagafstand varen van Landsort. Harstena Flisfjärden is een van de mogelijkheden. Bij het wegvaren van het ankerplekje bij Vippholmen, waarbij ik me richt op de kaartplotter met Navionics kaarten raak ik met de kiel de grond. We gingen nog langzaam en het gaat ook niet gepaard met grote schokken, maar we voelden wel heel duidelijk de harde bodem. Onmiddellijk in zijn achteruit brengt ons snel weer in dieper water. Ik begrijp het niet want de 2,5 meter dieptelijn lag tamelijk dicht bij het rotseiland en daar waren we al behoorlijk ver van verwijderd. Aangekomen in veel dieper water analiseer ik de gevaren track aan de hand van de coordinaten die op de computer zijn vastgelegd.
Wij maken sinds dit jaar gebruik van OpenCPN in combinatie met daarop alle in opdracht van de Zweedse overheid per augustus 2017 uitgegeven OeSenc kaarten** waarin de updates zijn verwerkt tot en met april 2018. Binnen dit systeem wordt de gevaren track zeer nauwkeurig bijgehouden en zo kan exact de plek worden bepaald waar ik achteruit ben gevaren. Ik zie op deze kaart dat ik de 3 meterlijn nauwelijks heb overschreven.

De locatie van de plek waar we de bodem raakten kan ik overzetten op de kaartplotter met Navionics sonarkaarten waar de  dieptelijnen per 50 cm worden aangegeven. Deze kaart geeft op het bewuste punt ook een diepte tussen 2,5 en 3 meter en `toont dat ik me op het randje van de 3 meterlijn bevond. Het tablet laat natuurlijk hetzelfde beeld zien, maar deze Navionicskaarten zijn uiteraard op dezelfde gegevens gebaseerd. De onzekerheid slaat toe, als we de kaarten niet meer kunnen vertrouwen, waar kunnen we dan nog wel varen als we ergens willen ankeren of een haventje willen binnengaan? In veel gevallen varen we dan wel in 3 meter diep water.

Als we veel later in Öregrund van de havenmeester horen dat het water 60cm lager staat dan normaal wordt iets plotseling heel duidelijk. De diepte was dus niet tussen 3 en 2,5 meter , maar tussen 2,4 en 1,9 meter. In Öregrund wordt ook duidelijk welke schade aan het polyester omhulsel van de kiel is ontstaan. Lees hiervoor het verhaal over de Saildrive reparatie. De havenmeester raadt me aan de App VIVA (Vind og Vatten) te downloaden. Hiermee kunnen we het waterniveau op diverse plekken langs de Zweedse kust bekijken. De rest van de reis maak ik hier dankbaar gebruik van.

Flatvarp, er is niets wat je in een gasthaven mag verwachten, maar ik vind het een geweldige plek

De tocht die dag gaat op de motor door de Zweedse oostelijke skärgard en stopt bij Flatvarp waar we weten dat het rustig ligt tegen een visserskade met autoanden. We hebben geen zin om door te varen en we zijn in een mineurstemming omdat we de kiel beschadigd. hebben We hebben geen idee hoe erg die is, hoewel we binnen in de boot niets hebben kunnen ontdekken.

De volgende dag, dinsdag de 5e juni, waait het stevig uit NNO en daarom blijven we liggen. Ikzelf beklim de lage heuvels in de buurt om mijn frustraties kwijt te raken
 


Wo, 6juni, Flatvarp – Tyrislöt, 22,3 zm

De tocht van Flatvarp naar Nynäshamn vinden we te lang om in één reis te doen. In tegenstelling tot de vele ankerplaatsjes zijn er niet zoveel gasthavens in dit gebied, maar we hebben even genoeg van ankeren. We plannen een tussenstop op een afstand van slechts 22 zm in een haven met de naam Tyrislöt. Hierna blijft voor het tweede gedeelte nog ruim 50 mijl over. De reis naar Tyrislöt gaat op zeil met steun van de motor. Het is best een mooie omgeving, maar we zijn te veel met navigatie bezig, acht meter vinden we bijna al te ondiep.
Op een paar honderd meter afstand van de haven is een dieselpomp en hier stoppen we even om het niveau weer iets te verhogen. Nog steeds is het devies: laat een gelegenheid niet voorbij gaan, je weet nooit waar de volgende is.

Ook dit is een gasthaven. Alle comfort moet worden gezocht op een camping op 500 meter. Dat is misschien de reden dat het niet erg druk is in Tyrislot

Ook dit is een gasthaven. Alle comfort moet worden gezocht op een camping op 500 meter. Dat is misschien de reden dat het niet erg druk is in Tyrislot

In Tyrislöt ligt slechts één jachtje dat tegen de avond vertrekt. We lopen nog even terug naar de dieselpomp om brood te kopen. Het brood, een soort beschuitvormige koeken, is diep bevroren. Het zou vers zijn volgens de mevrouw, maar als het ontdooid is heeft ‘vers’ voor ons een ander begrip.

Het winkeltje bij de dieselpomp. De ijskoude versnapering was overheerlijk

Het winkeltje bij de dieselpomp. De ijskoude versnapering was overheerlijk

Hilda vindt bovendien dat de koeken stinken. Ikzelf associeer de geur met veekoekjes, kalverbiks of zoiets. Wat mijzelf betreft, ik vind het goed te eten met als gevolg dat het exclusief voor mij is.

Op de camping, waar de haven een deel van uitmaakt, kopen we nog een ‘normaal’ brood. Hoewel Tyrislöt de status van ‘Gasthaven’ heeft is er helemaal niets, geen water, geen elektriciteit, en geen sanitair. Als je ergens gebruik van wilt maken moet je naar een camping op zo’n 500 meter afstand, en zo’n lange walkabel heb ik niet.

 

Do, 7 juni, Tyrislöt – Nynäshamn, 53,5 zm

We vertrekken een uurtje eerder dan normaal omdat we een tamelijk lange tocht voor de boeg hebben. Het begint met een slingertocht tussen een lange rij rotseilandjes langs. Ik heb de automatisch gegenereerde route door Navionics op bepaalde plekken aangepast als die over 3-2,5 meter diepe plekken leidt. De wind is met ons en we kunnen grote stukken van de slingertocht zeilen.
Als we eenmaal op open water zijn aangekomen gaat ook het grootzeil omhoog en wordt de stuurautomaat op een lange gestrekte koers gezet. De wind trekt ondanks de positieve gribfiles weer behoorlijk aan en in plaats van een gemiddelde van 18 knopen komen we aardig hoger uit. Lange tijd staat de meter in het Bf6 gebied en af en toe in de buien in de BF7.
We hebben gekozen om de tocht te eindigen met een slingertocht tussen de rotseilanden ten zuiden van Nynäshamn. Vanwege de harde wind, de hoge snelheid, de vele gijpen (en de nog aanwezige frustatie) valt dit stuk van de tocht nogal tegen en we zijn blij als we aan de oostzijde weer een gestrekte koers kunnen volgen.
Nynäshamn is nog leeg en wij parkeren de boot langszij een steiger waar boeien achteruit staan, maar wij zijn de enige boot aan de steiger, dus . . . .

 

**Voor de liefhebber:
Een elektronisch kaartendisplay en informatiesysteem (ECDIS) is een op een computer gebaseerd navigatiesysteem dat voldoet aan de IMO-voorschriften en kan worden gebruikt als een alternatief voor papieren navigatiekaarten. Door een verscheidenheid aan realtime informatie te integreren, is het een geautomatiseerd beslissingshulpmiddel dat in staat is om continu de positie van een schip te bepalen in relatie tot land, gekartelde objecten, navigatiehulpmiddelen en onzichtbare gevaren.
Een ECDIS omvat elektronische navigatiekaarten (ENC) en integreert positie-informatie van het Global Positioning System (GPS) en andere navigatiesensoren, zoals radar en automatische identificatiesystemen (AIS). Het kan ook aanvullende navigatie-gerelateerde informatie weergeven, zoals vaarrichtingen.
De System Electronic Navigational Chart (SENC) is een database die het resultaat is van de transformatie van de Electronic Navigational Chart (ENC) door ECDIS voor passend gebruik, voor updates van de elektronische kaart op gepaste wijze en andere gegevens die door zeelui zijn toegevoegd. Het is deze database die door ECDIS daadwerkelijk wordt gebruikt voor het genereren van het scherm en andere navigatiefuncties en die overeenkomen met een actuele papieren kaart. “



Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2018 - Botnische Golf.