Ons einddoel: Töre


Za 23 juni, Norrfällsviken – Patholmsviken, 69 zm

Van Höga Kusten naar het absolute einde: Töre

’s Morgens vroeg om 7 uur als de midzomer feestvierders nog op een oor liggen varen wij weg uit Norrfällsviken. We hebben een lange tocht voor de boeg want we willen vandaag Patholmsviken bij Umea halen, een afstand van 70 mijl. Gelukkig zijn de windverwachtingen goed en na een kwart mijl hebben we de zeilen al omhoog. De wind trekt eerste paar uur aan van 14 kn naar 19 knopen, maar zakt daarna weer terug. Op een gegeven moment is het ‘gennakerweer’ geworden en ik ben druk bezig met het zeil als er plotseling toch weer 20 knopen op de meter staat. Het blijft hierna vlagerig, soms 10 en soms 16 knopen en dus ongeschikt voor de gennaker. Na een uurtje berg ik het zeil maar weer op.

Om 7 uur ’s avonds varen we de haven van Patholmsviken binnen. Een vrijwel lege steiger met kleine boeien op redelijke afstand en grote boeien ver achteruit. Het is duidelijk, wij moeten de grote boeien gebruiken en we maken daaraan vast, met natuurlijk precies op dat moment een heel stevige zijwind. Lange achterlijn van 15 meter vastklikken aan de boei en daarna naar de steiger varen. Het is allemaal een fluitje van een cent als er geen harde zijwind staat. In dit geval was het fijn dat er iemand op de steiger stond om een lijntje aan te pakken anders hadden we een tweede poging moeten ondernemen. Patholmsviken ligt in een puur industriële omgeving en is weinig uitnodigend voor een wandeling. Het is de thuisbasis voor de Umea zeilvereniging en er staat een geweldig clubhuis met alle voorzieningen inclusief een sauna. De afstand tot Vaasa in Finland is niet zo groot en dat zal wel de reden zijn dat er betaald kan worden in Zweedse kronen en Euro’s: 150 SEK of 15 Euro, alles inclusief.

Een mooi clubhuis van de Umea zeilvereniging

Een mooi clubhuis van de Umea zeilvereniging

Zo 24 juni, Patholmsviken – Lövsele hammn, 50 zm
In Patholmsviken kunnen we tanken en de volgende morgen varen we uiterst voorzichtig naar de brandstofsteiger. De dieptemeter blijft meer dan 2,5 meter aanwijzen en de wind drukt ons zacht tegen de steiger. In het Zweeds staat precies aangegeven hoe er gehandeld moet worden. Een pinpas in de automaat, pincode ingeven, keuze maken voor hoeveel geld je wilt tanken en klaar is kees. Bij de pomp het vulpistool voor diesel afnemen en op de juiste startknop drukken, ach het is allemaal zo simpel.
Na 1000 Zweedse kronen en 60,2 liter stopt de pomp volgens verwachting. Hierna terug naar de pinautomaat voor de tweede 60 liter. Helaas, na betaling knipperen wel wat lampjes maar de pomp begint niet te lopen. Wat nu, heb ik die tweede 1000 kronen nu wel of niet betaald. Ik probeer het Zweeds te ontcijferen dat bij de betaalautomaat is aangeplakt, Er staat iets van een automatische afslag na maximaal 10 minuten, maar niets over een tweede keer tanken. Mijn tablet brengt uitkomst: Ik type de Zweedse tekst in ‘Google vertaal’ in en lees dan dat de pomp maximaal 10 minuten achter elkaar brandstof geeft en daarna uitschakelt. Door met je pinpas opnieuw een betaling aan te gaan kan er verder worden getankt. Het is niet helemaal mijn situatie maar ik neem maar aan dat ik na het tanken 10 minuten moet wachten. Welnu de 10 minuten zijn ruimschoots voorbij en de volgende poging is succesvol. Een dag later zie ik dat er slechts twee keer 1000 kronen zijn afgeboekt.

Het lijkt wel een onderzeeër die even bovenkomt, maar het is toch echt een keiharde rots

Het lijkt wel een onderzeeër die even bovenkomt, maar het is toch echt een keiharde rots

De diesel die we hebben getankt komt goed van pas als we naar de volgende haven varen. Hoewel het voorzeil wel is uitgerold helpt het motortje toch wel mee om de snelheid een beetje op peil te houden. Uiteindelijk hebben we wel 50 zm te gaan.
We hadden in eerste instantie gedacht om in het haventje van Bjuröklubb te overnachten. Volgens de Zweedse Gästhamnsguiden is deze haven 1-4m diep. Een schetsje in ‘Norrlandskust’ laat echter zien dat 2,7 meter wel het maximum is en aan de kant zullen we de grond raken. Daarom kiezen we voor Lövsele hamn, een kade bij een camping waar het 3,5 meter diep is. De Zweedse ENC kaarten bevestigen de diepte in beide havens. Bij aankomst in Lövsele komt iemand ons aanwijzingen geven waar we onze steker in een stopcontact kunnen duwen, maar de accu’s zijn vol en we hebben geen 220V nodig. Verder zien we die hele avond ook niemand.

Aan de kade bij de camping van Lövsele

Aan de kade bij de camping van Lövsele

De camping bij Lövsele hamn is zo te zien een ‘onder onsje’. In het ‘servicegebouw’ zijn twee toiletten en een douche. Ook is er, zoals we op campings en in jachthavens in Zweden vaker zien, een gemeenschappelijke keuken met een aanrecht, een kooktoestel en in dit geval een vrieskast waarvan de goedgevulde lades blijkbaar gereserveerd zijn door vaste campinggasten. Met viltstift staan de namen er op geschreven: Kristel, Annika, Nikki, enz. Kristel vervult hier een belangrijke rol want op een informatiebord staat dat je met vragen bij haar op standplaats nr 6 moet zijn.
Volgens een bordje, bijna overwoekerd door struikgewas staat dat van ons een bedrag voor het overnachten wordt gevraagd. In het ‘servicegebouw’ zouden envelopjes te vinden zijn. Mijn zoektocht levert niets op en om Kristel met zoiets onbenulligs lastig te vallen gaat me eigenlijk ook te ver . . .

Ma 25 juni, Lövsele hamn – Nasudden (Kåge), 45 zm
Een volgende overnachtingsplek kiezen is niet altijd even gemakkelijk. Heel veel plekjes zijn wat diepte betreft 2m of minder en dus ongeschikt. Zolang de diepte in ‘Norrlandskust’ niet staat vermeld en ‘Navionics’ niet meer aangeeft dan donkerblauwe kleuren (0-3 meter) kan alleen de Zweedse ENC kaart soms nog uitkomst brengen. Als we daar ook 0-3 meter aantreffen wordt het lastig.
Het eiland Kluntarna, heeft een mooi ankerbaaitje en ligt aardig op de route naar Töre maar we vinden de afstand wel erg groot om in één dag te varen en valt daarom af. Hoewel we voor Furuögrund minder hoeven omvaren durven we dit niet aan vanwege onvoldoende informatie over de diepte. Daarom richten we ons op Nasudden (Kåge) waar het aan de buitenkant van de hoofdsteiger voldoende diep zou moeten zijn. In de havenkom wordt weer de standaard 0-3 meter aangegeven. Op foto’s zien we jachten die aan de buitenkant van de steiger zijn afgemeerd, dus daar hebben we een goed gevoel over. Maar een kruidenier tamelijk dicht bij de haven helpt ook mee om voor Kåge te kiezen.
Zoals we langzamerhand een beetje gewend zijn wordt het ook deze dag een tocht waar de zeilen het maar gedeeltelijk alleen afkunnen, en waar de motor af en toe toch weer mee moet helpen. Wanneer we al zeilend afzakken naar 4 knopen snelheid starten we de motor om weer een 5 op de meter te zien. De afstand kost toch zeker een kleine 10 uur en ’s avonds warm eten willen we liever doen op een stilliggende boot.

Gebruik maken van grondstoffen waar er veel van is: een golfbreker van boomstammen in Kage

Gebruik maken van grondstoffen waar er veel van is: een golfbreker van boomstammen in Kage

Na de tocht onder het genot van een heerlijk zonnetje en een blauwe lucht komen we aan bij een behoorlijk gevulde haven, waar we aan de buitenkant langszij van de steiger toch best onrustig zouden liggen. Howel we ook aan een boei achteruit kunnen vastmaken, gaan we toch maar eens proberen hoe diep de binnenhaven is. Er staat al iemand op de steiger die ons qua diepte geruststelt maar wel waarschuwt voor een ondiepte in de ingang waar een leeg containertje drijft met daarop het woordje ‘grunt’. We schuiven de boot in een box en worden daar van alle kanten bij geholpen met het vastleggen. Een goede plek op 3 m diepte.

 

Di 26 juni, Nasudden – Kluntarna, 58 zm
In alle vroegte, dat wil zeggen om 7 uur, verlaten we Kåge met Kluntarna als doel. We kunnen zeilen zij het wel met een nogal variërende wind, soms 10 soms 18 knopen en een richting behoorlijk van achteren. Het grootste gedeelte kunnen we een gestrekte koers varen op diep water, maar in de buurt van Kluntarna slingeren we weer een beetje tussen de eilandjes door. Het waait op het einde van de middag ook best wel wat harder en dat komt ons eigenlijk wat minder goed uit omdat we onzeker zijn over de diepte in het baaitje, terwijl de toegang ook nog eens rond twee ondieptes gaat.

Eenmaal in het midden van het baaitje aangekomen laten we het anker vallen en liggen we direct als een blok. Wel was er nog even een verleiding omdat we een tweetal ankerboeien zagen waarvan ee één bezet werd door een ander jacht. Omdat we de diepte ter plaatse niet duidelijk was kozen we toch maar voor ons eigen anker. Tijdens het zwaaien achter het anker kijk ik toch nog maar eens naar de weerberichten en ik zie dat de wind in de loop van de avond recht in het baaitje zal gaan waaien met minstens 17 knopen, terwijl Windy windstoten angeeft tot 26 knoop. Met enige afgunst kijk ik naar een kleiner jacht dat aan de hoge kant van een steiger ligt afgemeerd.
Er bestaan echter methoden om te onderzoeken of de Horizon Quest daar ook zou kunnen liggen. Er gewoon naar toe varen vind ik een te groot risico, er naar toe zwemmen lokt me niet, dus pomp ik de rubberboot op en roei er naar toe. Met twee pikhaken aan elkaar gebonden peil ik bijna 3 meter en een kwartiertje later liggen we prachtig langszij de steiger aan de hoge kant. Net op tijd, anders had een motorboot het plekje ingenomen. Deze boot gaat nu dichter onder de oever langszij liggen en daarmee is de steiger aan de hoge kant ook helemaal vol.

De wind komt aanwaaien over een groot stuk water en dat vernemen we die nacht

De wind komt aanwaaien over een groot stuk water en dat vernemen we die nacht

Die nacht waait het knap hard en we zijn blij aan een steiger te liggen. Ik beleg de boot ’s morgens vroeg met extra landvasten aan bolders aan de andere kant van de steiger omdat een van de bolders waaraan we hebben vastgemaakt onvoldoende vast zit aan de steiger. Een korte wandeling op Kluntarna ’s morgens leert me dat het eiland mij onvoldoende te bieden heeft om er een dag te blijven liggen.

Wo 27 juni, Kluntarna – Töre, 29 zm
Vandaag zullen we het reisdoel, Töre, bereiken. Ook de diepte in dit haventje biedt ons enige zorgen, want zowel volgens de Gästhamnsguiden (2m) als Navionics (0-3m) zou er onvoldoende diepte kunnen zijn. De Zweedse ENC kaarten zijn iets optimistischer en laten een diepte tussen 3 en 6 meter zien.
We kunnen goed zeilen met een windkracht van 4 tot 5 Bf. Slechts op één plek krijgen we te maken met een nauwe doorgang en verder is het de hele 29 zeemijlen overal wijd en diep.

Als we aankomen zien we dat we in ieder geval in het haventje geen ligplaats zullen vinden want de langssteiger die als gaststeiger in de boekwerkjes wordt aangeduid is gevuld met boten. Een zeiljacht dat we ook al in Öregrund zagen ligt op het laatste beschikbare plaatsje. De buitenkant van de langssteiger biedt wel alle ruimte en daar maken we dan ook maar vast. Opnieuw met hulp van meerdere mensen op de steiger. Dit is ook de kant dat bedoeld is voor gasten zoals blijkt uit een bord op de steiger.

Overnachten op een steenworp afstand van een bijzondere boei

Overnachten op een steenworp afstand van een bijzondere boei

We liggen op een steenworp afstand van de gele boei waarop de locatie van de meest noordelijke haven in de Botnische Golf staat aangegeven, eigenlijk best wel bijzonder.
We melden ons bij de receptie van de camping en vullen een uitgebreid formulier in dat wordt gebruikt om aan het eind van de zomer een certificaat te versturen, een bewijs dat je daar bent geweest. En nu maar afwachten wat de post brengt in de herfst.

De Törensen zijn er trots op dat ze de noordelijkste haven in de Bottenviken zijn

De Törensen zijn er trots op dat ze de noordelijkste haven in de Bottenviken zijn

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2018 Botnische Golf.