Bagenkop – Helgoland


Donderdag, 31  juli 1980   Bagenkop – Holtenau

 

Rond 9 uur vertrekken we uit Bagenkop met als einddoel Holtenau. Met genua1 en grootzeil zeilt het lekker, hoewel niet super snel, want het waait met zo’n 3Bf uit Noordoost tot Oost.  Later op de dag ruimt de wind naar Zuid tot Zuidwest waarbij het nog even een uurtje stevig waait. We schatten toch wel 6 Bf, maar meten kunnen we het niet. In de buurt van de Kieler fjord is de wind ook al weer afgenomen tot bijna niets. Het laatste stuk zijn de zeilen dan ook weer opgedoekt en prutttelt het motortje er weer lustig op los. Om half zes ‘s middags liggen we in het jachtthaventje bij de sluis in Holtenau en kunnen we nog net bij Hermann Thiessen wat belastingvrije inkopen gaan doen. Ik heb me goed voorbereid want ik heb zelfs een derde vervangingswimpel aan boord die  in het Noord-Oostzeekanaal moet worden gehesen als je belastingvrije waren aan boord hebt.


Vrijdag, 1 augustus 1980   Holtenau – Otterndorf

 

De Schleusen Bäckerei  is ‘s morgens al vroeg open en daar maken we nog even gebruik van.  Tijdens zo’n lange tocht door het kanaal is vers brood heel lekker. Als ik terugkom en we alvast een boterham klaarmaken valt het jammer genoeg erg tegen. Het Duitse brood dat ik heb meegenomen was nog warm toen ik het kocht, maar het smaakt of het al twee dagen oud is. De harde broodjes zijn veel beter, maar daarvan heb ik niet zoveel meegenomen.

We varen weg om 9 uur en drie kwartier later laten we de sluis achter ons.  Met de twee Waarscheepjes houden we zo’n 6 knopen aan en met deze snelheid zijn we 10 uur later al door de sluis van Brunsbuttel.  Na Brunsbuttel hebben we de stroom gelukkig mee en na anderhalf uur maken we vast in Otterndorf.

Ad had al eerder door laten schemeren dat hij op de terugweg graag naar Helgoland wilde . Ikzelf had daar mijn twijfels over omdat we onze kinderen van 9 en 6 aan boord hebben en bovendien nog heel weinig ervaring op zee hebben. Wat het weer betreft  belooft het echter een rustige dag te worden en met een overnachting op Helgoland wordt de afstand tot Norderney wat kleiner. De vooruitzichten voor de dag erna zien er ook niet slecht uit en het hele eind weer op het motortje door de kanalen is ook niet aantrekkelijk, dus we besluiten om te gaan. We bereiden de tocht ‘s avonds voor en berekenen dat we de volgende morgen om 6 uur moeten vertrekken om optimaal van de stroom te kunnen profiteren.


Zaterdag, 2 augustus 1980    Otterndorf – Helgoland

 

De wind komt uit Zuid-Zuidoostelijke richtingen met zoals wij schatten zo’n 2 a 3 Bf. De stroom helpt ons mooi mee en 4,5 uur later zijn we al bij  de uitgang van de Elbe, een gemiddelde van 6,3 zm/uur. Toch wel een opluchting want ons was verteld dat je wel kon omdraaien als je rond de kentering de uitgang nog niet had bereikt. De koers gaat van Westelijk  naar Noordwest en hoewel we de spi  maar nauwelijks bol kunnen houden zeilen we toch. Bijna het hele eind zien we Helgoland al op de horizon. Op een uurtje afstand is het met de wind helemaal gedaan en moet de spi omlaag.

We zijn nog nooit op Helgoland geweest en als we de haven binnenkomen zien we alleen enorme rijen jachten langs de steiger liggen. We hebben weinig keus en maken als achtste en negende jacht vast aan een van de rijen. Er komt iets later nog een iets groter jacht tegen ons aan liggen en we hopen dat het daar bij blijft. We zijn erg benieuwd hoe het eiland er uitziet en gaan de wal op. In het dorp zien we veel toeristen die van boten komen die voor anker liggen tussen de twee eilanden van Helgoland. Ze worden met grote tenders van en naar het vasteland gebracht. Met een lange wandeling langs de kust besluiten we onze onderzoekingstocht op het eiland. Bij terugkomst in de haven zien we dat onze rij is uitgegroeid tot 18 schepen terwijl er buitenop een paar heel grote jachten liggen. Onze  stootwillen zijn zo plat als een dubbeltje en ik maak me zorgen over de grote druk die op de kleine Waarscheepjes wordt uitgeoefend.  Mijn vraag bij het 18e jacht of ze een anker willen uitbrengen om de druk wat te verlichten wordt geweigerd met als argumentatie dat we maar dikkere stootwillen hadden moeten meenemen.  Wij besluiten hierop om uit de rij weg te gaan en dat betekent dat er negen jachten los moeten maken en daar is men hoorbaar niet erg blij mee.  Eenmaal er tussenuit maken we vlot aan de buitenkant aan de rij achter ons vast, terwijl de vorige rij nog een hele tijd bezig is voor alles weer tegen elkaar ligt.

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 1980 - Funen DK.