Delfzijl – Otterndorf

Donderdag 17 juli 1980, Delfzijl – Aurich

We hebben haast en al om kwart voor zes gooien we los en varen naar de zeesluis. Met een mooie westenwind van 4 Bf steken we de Eems over naar Emden. We handelen de douaneformaliteiten af, en nemen met platgelegde masten alle bruggen van Emden. Een ervan is erg laag en op de rug op het dek moeten we de bootjes onder wat uitsteeksels van het brugdek door duwen om te kunnen passeren.  Hierna volgt al snel de Kesselschleuse aan de Oostkant van Emden. Hier betalen we 20 Duitse Marken, een groot bedrag vinden we.   Na  het passeren van de sluis varen we het Ems-Jade kanaal op. De bediening van de bruggen is heel erg goed want de meeste bruggen staan al open als we er nauwelijks zijn. We overnachten voor de sluis bij Aurich.

Vrijdag 18 juli 1980, Aurich – Wilhelmshaven

Ook deze dag op het tweede deel van het Ems-Jade kanaal passeren we weer vele bruggen en nog eens 4 sluizen. Jammer genoeg regent het veelvuldig. In Wilhelmshaven  vinden een plaatsje bij YC Willemshaven. We kunnen er douchen en er is een bar waar we zelfs de sleutel van krijgen en zelf even bij moeten houden wat we ons inschenken, want we zijn er ‘s avonds enkel met z’n zessen. De kinderen liggen lekker te pitten aan boord.

Zaterdag 19 juli 1980,  Wilhelmshaven – Bremerhaven

‘s Morgens doen we boodschappen, moeten we geld wisselen en ook moet er een nieuwe camping gasfles worden gehaald. We vertrekken om kwart voor een om tijdig bij de sluis te kunnen zijn die een keer per dag gratis draait. Ad wil graag naar Helgoland, maar op de Jade blijkt al gauw dat Helgoland pas diep in de nacht zal worden bereikt, en daarom besluiten we door de Kaiserbalje over het wad naar Bremerhaven te gaan. her zeilen gaat voorspoedig en om bijna half tien maken we vast voor de stormvloedkering op getijwater.

Zondag 20 juli 1980,  Bremerhaven– Otterndorf

De tocht door de Geeste en het Hadelnerkanaal begin zondagmorgen rond 10 uur. Het begin die dag is slecht omdat Monique zich allesbehalve goed voelt. Nadat we de masten plat hebben gelegd en we door de sluis zijn is ze weer helemaal de oude. Pas dan krijgen we door dat ze op de hobbelige ligplaats die nacht waarschijnlijk zeeziek is geworden. We passeren zoveel bruggen dat we de tel kwijt raken, maar het zijn er meer dan veertig. In Otterndorf zijn we niet op het juiste tijdstip aanwezig en moeten voor de sluis overnachten.

Maandag 21 juli 1980,  Bremerhaven– Otterndorf

Maandag wordt de bemanning van de andere boot gehalveerd. Freek en Gwennie vertrekken omdat Gwen wat slecht met de wat primitieve omstandigheden kan omgaan. We gaan door de sluis, doen boodschappen en blijven waar we zijn, omdat het nogal hard waait op de Elbe.

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 1980 - Funen DK.