Hals – Anholt

Dinsdag, 28 juli 1981

 

Ons plan is om zo snel mogelijk de Oostzee over te steken om daarna een dag of twee ergens aan de Zweedse kust te vertoeven. Het probleem waar we de volgende dag mee worden geconfronteerd is dat we niet weten of er stoom is in de Oostzee en hoe groot de stroom dan is. Het havenhandboek geeft bepaalde stroomsterkten op bij winden uit diverse richtingen. Na een drietal uren zeilen kan ik de geschatte stroomsterkte  controleren aan de hand van een peiling op een ver verwijderde ton. We moeten de koers een ietsje bijstellen maar we zijn maar weinig van de geplande koers af.

Het wordt al snel duidelijk dat we de hele nacht door zullen moeten zeilen als we in één rak de Zweedse kust willen bereiken. Daar hebben we weinig zin aan en daarom zetten we koers naar Anholt, volgens het handboek ‘het Mekka voor Oostzee zeilers’. Na 8 uur varen blijkt dat de noordwaartse stroom van een halve mijl goed is ingeschat en we zien de boei waarop we een koers hadden uitgezet recht vooruit. Ook zie ik heel kort een witte pilaar in de verte. Pas na ongeveer een uur varen zien we de paal opnieuw en kunnen hem identificeren als de radartoen van Anholt. Als we om kwart over acht ‘s avonds de haven binnenlopen kunnen we constateren dat het waar is wat in de boeken staat. De haven puilt uit van de jachten, voornamelijk Zweden en Duitsers.

Het havengeld is 50 Dkr en kan worden betaald tussen vijf en zes uur of ‘s morgens tussen negen en half twaalf. Als geen betaalbewijs kan worden getoond bij controle betekent het betalen van het drievoudigebedrag, maar we vinden die avond geen mogelijkheid. In het havenrestaurant doen we ons tegoed aan de geneugten des levens.

 

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 1981 - Zweden.