Sandnessjoen – Rørvik

Vertrek: wo 22 juni 2005 07:00
Aankomst: do 23 juni 2005 00:05

Afstand: 82 mijl

Met een lange reis voor de boeg draaien we al om 7:00 uur ’s morgens de haveningang van Sandnessjøen uit. De wind is weliswaar zwak, maar komt, anders dan wat het weerbericht vermeldt, warempel ruim in. Hoewel de motor wel regelmatig even bij staat kunnen we zeilen. De wind blijft ons helpen tot we rond twee uur ’s middags Brønnøysund passeren. We zien de dieselpomp daar en besluiten de zeilen te strijken en even vol te gooien, want je weet maar nooit waar de volgende gelegenheid is.

Als we daarna onder de brug door zijn staat de wind plotseling weer op de kop. De stroom staat, gek genoeg, nog steeds mee. Later op de avond als we het eiland Leka passeren, de laatste aanlegmogelijkheid voor Rørvik, begint de stroom tegen te werken.

Er zijn van die dagen .......

Er zijn van die dagen …….

Als de wind ook nog harder begint te waaien en opnieuw precies van voren inkomt gaat het niet hard meer en is de lol er ook helemaal vanaf. Het laatste stuk varen we onder donkere en dreigende luchten, regent het regelmatig en is het veel kouder. We zijn dan ook blij als we ’s nachts iets na twaalf uur vastmaken in Rørvik. We gaan niet weer in zo’n gammele box zoals de vorige keer, maar leggen vast aan de buitenkant van de lange golfbreker voor de jachthaven. Hier ligt ook de ‘Sleipnir’ een Noors jachtje waarvan we op de heenreis in Kristiansund kennis maakten met de schipper.

Donderdag 23 juni 2005

Het weer is nog steeds slecht, want het waait hard uit het zuidwesten. Of zijn we een beetje wind ontwend? Het zou best kunnen want in de Indre Leia is twintig knopen al veel. Hoewel we met halve wind aan lagerwal liggen, hebben we ook weinig zin om tegen de wind in te gaan motoren. We moeten een afstand van zo’n 60 mijl overbruggen door de Folda, een onbeschermd stuk water. Kaartje FoldaDe Folda wordt omschreven als een ruw gebied met vaak onaangename en zelfs gevaarlijke golfslag. De Noren noemen dit gebied ‘Havets Kirkegård’, in het Nederlands ‘Zee begraafplaats’ Een goed excuus om nog maar een dag te blijven. We gaan boodschappen doen en het hoogtepunt hiervan is de aanschaf van een nieuwe broodsnijplank. Kleine zaken worden belangrijk bij gebrek aan iets anders!

We reserveren ook een half uurtje tijd voor gebruik van een internet PC bij de plaatselijke bibliotheek. De ervaring heeft geleerd dat ik daar vaak mijn memorystick kan gebruiken. Alle e-mail kunnen we dan voorbereiden aan boord, terwijl de binnengekomen mail ook weer aan boord kan worden gelezen. Op die manier kunnen we ook foto’s meesturen, en gemakkelijk ook aangepaste mails individueel versturen, zonder alles opnieuw te moeten doen. De PC is behoorlijk traag en in het gereserveerde half uurtje red ik het niet om alles te doen wat ik had gepland.

’s Avonds bestuderen we nog even de route die we de volgende dag willen varen, want we hebben niet alle papieren kaarten van de route. De beste route is eigenlijk wat verder van de kust af want anders moeten we steeds zigzaggen tussen veel rotseilandjes en ondiepten door. In de hoop dat de wind de volgende dag uit het noorden zal waaien gaan we die avond slapen.

Windkracht 8Bf!


’s Nachts word ik wakker van een bulderende wind en omdat de boot ook erg scheef ligt ga ik er maar uit. Als ik de windmeter aan zet, zie ik dat het 35 knopen waait. Onmiddellijk kleed ik me aan om de stootwillen te gaan controleren. Eenmaal buiten lijkt het nog harder te waaien dan de 8 Beaufort dat de meter aangeeft. De stootwillen zitten onder de rand van de steiger, maar beschermen de boot nog wel. Met moeite kan ik het geheel wat verbeteren. De buurman met zijn HR42 die voor me ligt is ook al druk bezig. We maken in de vliegende storm een praatje maar gaan toch maar gauw weer naar binnen. Ik bedenk me dat ik nog twee skippyballen aan boord heb en pomp die op. Samen met de stootwillen ligt de boot nu goed beschermd tegen lagerwal te dansen. Het is ondertussen vijf uur geworden en ik ga maar op de bank liggen om nog wat te pitten. De 45 knopen die Hilda op de meter zag tijdens windstoten laat ik nog eens op me inwerken. We hebben dit twee keer op zee meegemaakt maar als je tegen de wal aangedrukt wordt is het toch wel een erg harde wind.

Vrijdag 24 juni

Een paar uur later is alles weer als vanouds. De wind waait weer met een knoop of 12 uit zuidwestelijke richting. Toch gaan we niet weg. Na zo’n onstuimige nacht houden we het nog maar even voor gezien.

’s Avonds komt een Nederlandse ‘bruine’ schuit, de ‘Estelle Jensen’ uit Harlingen, binnen. De schipper maakt een praatje. Hij vaart met gasten die, als gevolg van het voor de wind varen, nogal zeeziek waren geweest die dag. De zeeziekte is de gasten blijkbaar niet in de koude kleren gaan zitten, want ze zijn weinig spraakzaam en lopen met de blik op oneindig vlak langs ons terwijl we in de kuip zitten. Ook in het clubhuis waar de meesten naartoe zijn gegaan, lukt het me ook al niet om een praatje te maken.

Dit artikel is gepubliceerd in categorie Lofoten - Stattlandet.