Rondom de mast


De origineel zwart geanodiseerde Proctormast was bij aanschaf in 2008 nergens meer echt zwart en op plaatsen leek de mast zelfs blank geanodiseerd.

(Klik op de foto voor een vergroting)


In 2009 heb ik de mast voorzien van een laag etsende washprimer en vervolgens geverfd met witte twee-componenten verf. De mast ziet er na 6 jaar  eigenlijk nog perfect uit, maar omdat ik in 2009  een aantal beslagdelen niet heb verwijderd heeft vocht daar toch wat kansen gezien en zijn er wat kleine blaren ontstaan. Omdat de mast deze winter plat ligt en de botenstalling binnen nog bijna leeg, is het een mooie gelegenheid om de mast van een nieuwe laag verf te voorzien. Dit jaar verwijder ik alle beslagdelen wel, met uitzondering van de spiboomrail. Ook de rail voor de grootzeil batcars blijft zitten want verwijderen betekent vernieuwen heb ik in 2009 geleerd. De bevestigingsbouten zitten muurvast.

Na de schilderbeurt in oktober 2015  ziet de mast er nog beter uit. Maar het is ongelofelijk hoeveel popnagels er nodig zijn om alle beslag  weer terug te plaatsen en hoeveel moeite het kost om aan grotere hoeveelheden monel popnagels met RVS trekpen te komen.  Want ‘wow’, als de watersportbedrijven al de juiste Monel popnagels hebben, dan zitten er meestal maar een paar exemplaren  in een blisterverpakking en zou je tegen betaling van een godsvermogen met meer verpakkingsmateriaal dan popnagels thuis komen.  Bij de balie van  ‘Masters in fasteners’, hebben ze nog nooit van ‘Monel’ gehoord en zijn ze ook niet bereid te leveren. Gelukkig kunnen de heren van ‘Masten en Zo’ in Sneek mij weer geweldig helpen.

(Klik op de foto voor een vergroting)


Spinlock cam cleat

Spinlock cam cleat

Het gemak van een liggende mast vertaalt zich in bereikbaarheid van de onderdelen. De schijf voor de spi-boom ophouder loopt erg zwaar en kan ik nu erg gemakkelijk vervangen.

Een tweetal kikkers voor de lazy bag lijnen vervang ik door Spinlock Cam Cleats om de bediening ervan gemakkelijker te maken.

Boven in de mast is nog een schijf aan de achterzijde  beschikbaar, terwijl hiervoor geen uitgang is. Met beslag voor een extra uitgang  onder in de mast kan ik dit tekort  teniet doen en krijg ik de mogelijkheid om een reserve grootzeilval in te scheren. Erg plezierig tijdens een vervelende situatie.

Hoewel er nog een extra ingang boven in de mast aanwezig is en ik beslag voor een tweede uitgang heb aangeschaft besluit ik deze niet te plaatsen omdat ik er geen bestemming voor heb. Nog een extra val voor een voorzeil geeft alleen maar last.


Het defecte Harken leidblok

Het defecte Harken leidblok

Rondom gelast en weer voor gebruik gereed

Rondom gelast en weer voor gebruik gereed

Het Harken leidblok boven in de mast, dat in de zomer van 2015 kapot is gegaan, is rondom door-en- door gelast, zodat het niet opnieuw losgaat.  Commentaar van het lasbedrijf: Ongelofelijk het was niet gelast maar ‘gevloeid’, dat is helemaal niet sterk. Naast het lassen verplaats ik het naar een iets hogere positie, zodat de krachten op het blok geringer zijn terwijl de val toch voldoende vrij blijft van het furlerprofiel.

Naast het beschadigde profiel is ook de stagdraad gedeformeerd

Naast het beschadigde profiel, waar hier al een stukje is weggezaagd, is ook de stagdraad gedeformeerd

Toen ik in Blyth boven in de mast zat, nadat het Harken leidblok boven in de mast kapot was gegaan, had ik al gezien dat tijdens de nachtelijke pogingen om het voorzeil in te rollen de draden in het bovenste gedeelte van het voorstag waren teruggedraaid . Nu de mast plat ligt bestaat de gelegenheid om de situatie wat nauwkeuriger te bekijken. Het ziet er allesbehalve gunstig uit en ik vraag advies aan ‘Masten en zo’.

Wat ik zelf ook al dacht wordt bevestigd: “Wij achten het verstandig het voorstag te vervangen”.

Wanneer het een en ander iets verder is gedemonteerd, is het advies wel duidelijk.

Wanneer het een en ander iets verder is gedemonteerd, is het advies wel duidelijk.

Helaas moet het gehele profiel met zijn 9 delen en 10 koppelstukken opnieuw uit elkaar om een nieuw voorstag te laten maken, want voordat het laatste deel aan de kabel wordt gewalst moeten de koppelstukken op de stagkabel worden geschoven omdat het aangewalste deel niet door de gaten van de koppelstukken gaat .

Van ‘Masten en zo’ verneem ik dat ik naast het plastic beschermkapje eigenlijk ook een nieuw profieldeel nodig heb, want ze vinden dat het bovenste profieldeel eigenlijk te kort is geworden nadat het vernielde stukje eraf is gezaagd. Bovendien is het profiel in de loop van de jaren erg beschadigd op de plek waar de furler boven rond draait . Afgezien van de kosten vind ik het eigenlijk niet zo erg want ook op het korte onderste profieldeel is in de loop van de jaren een behoorlijke corrosie ontstaan.

Als ik de zaak terug krijg wordt me ook duidelijk waarom het bovenste profieldeel steeds al aan de korte kant was. Al bij de eerste installatie van de furler kwam men ca 15 tot 20 cm te kort en had men een extra profieldeel moeten aanschaffen. Nu is het vrijkomende bovenste profieldeel meer dan voldoende lang om daar een mooi vervangend onderste deel uit te maken en met het nieuwe profieldeel kan voldoende lengte voor de totale furler worden gerealiseerd.


De antenne, van het type ‘witte fiber staaf’, ziet er verre van nieuw uit. Omdat ik eerder al eens ben geconfronteerd met antenneproblemen omdat het dunne opgedampte zilverlaagje aan de binnenzijde ergens halverwege was onderbroken als gevolg van oxydatie, besluit ik tot vervanging.

De bestaande antenne heeft geen PL259 aansluiting maar is voorzien van een gesealde dunne RG50U kabel van 5mm die is ‘vastgeknoopt’ aan de, ook al dunne RG58U, coaxkabel door de mast. Het nadeel van dunne t.o.v. dikke coax is de (veel) grotere demping bij VHF frequenties. De demping van 5 mm RG58U is ruim 2,5 keer zo groot dan de demping van Aircell-7 en bijna 4,5 keer zo groot dan dat van Aircom Plus van 10,3 mm. Ook veroorzaakt elke verbinding tussen marifoon en antenne extra demping.

Omdat ik de nieuwe marifoonantenne ook met een betere kabel aan de marifoon wil koppelen, moet de oude kabel uit één van de twee PVC buizen worden verwijderd die aan de binnenzijde van de mast zijn aangebracht. Eén buis bevat de 12V verbindingen en door de andere buis lopen de VHF coaxkabel en windmeter opnemer. Uiteindelijk kost het me een hele dag om de kabel te verwijderen, want ‘iets’ zorgt ervoor dat het niet wil. Het blijkt dat er een trektouwtje als een kluwen in de buis zit en centimeter voor centimeter lukt het me om de kluwen naar de onderkant te krijgen. Daarna is de weg vrij om de nieuwe kabel door de buis te trekken.

Ik kies voor het compromis: Aircell-7 met middelmatige demping terwijl de buigradius binnen de perken blijft zodat de kabel nog redelijk scherpe bochten kan volgen zonder dat de eigenschappen van de kabel veranderen. Als gevolg van een kwalitatief betere kabel komt een hoger zendvermogen bij de antenne terecht. Een nadeel is het grotere gewicht, maar ook een dunne kabel moet worden ontlast bij mijn 20m lange mast, dus dat maakt weinig verschil. Een tweede compromis: de female-connector aan de antenne en de male-connector aan de kabel kan niet worden omzeild, domweg omdat er geen antennes bestaan met een aangesealde Aircell-7 kabel van 21 meter. Om de mast te kunnen verwijderen is tussen marifoon en antenne bij de mastvoet, op vloerniveau in de kajuit, een male/female verbinding (PL259/7 – PL-22/7) toegepast.

Als vervangende marifoonantenne wilde ik de CX4 antenne, die ik als AIS antenne gebruik, toepassen. De reden hiervoor is dat er tegenwoordig bij AC-marine een CX4 antenne beschikbaar is, afgestemd op de AIS frequenties (161,975 en 162,025MHz ). Beide antennes wilde ik boven in de mast plaatsen, maar dit wordt me sterk afgeraden tenzij er voldoende afstand kan worden gerealiseerd. Dit kan ik alleen bereiken als ik een van beide antennes verhoogd opstel, maar dat betekent dat de doorvaarthoogte onder bruggen wordt vergroot en dat willen we niet. Dus de Ais antenne blijft op de radarbeugel staan.

AC-marine Cellmar-0 VHF antenne

AC-marine Cellmar VHF antenne

Omdat een CX4 antenne in de mast ook betekent dat we een nieuwe maststeun moeten aanschaffen kies ik voor een Cellmar-0 sprietantenne van AC-marine. Deze antenne met Maststeun en PL259 aansluiting kost slechts een kwart van de CX4/ maststeun combinatie. De bestaande mastbevestiging kan ik prima gebruiken om hierop een FM antenne voor de boordradio te monteren.


De antenne voor de bootradio was weggestopt achter het instrumentenpaneel, ongeveer ter hoogte  van de wateroppervlakte. Ondanks de toepassing van een antenne met ingebouwde antenneversterker is dit bepaald niet de beste plek voor een goede ontvangst.  Met name als we tegen een (stalen) kade lagen of midden tussen de rotsen konden we maar bitter weinig zenders ontvangen. Als alternatief maakten we regelmatig gebruik van de peilontvanger waarvan de antenne vlak onder het kajuitdak was geplaatst.

Voor mij een reden om een betere plek voor de antenne te zoeken. Veel geschikter zou boven op de mast zijn, maar de bestaande antenne was daarvoor niet geschikt. Toevallig kreeg ik de beschikking over een marifoon antenne waarvan de klapvoet defect was (model witte fiberstaaf met daarin een messing dipool en het benodigde aardvlak) .

Ik kon de antenne tamelijk eenvoudig uit elkaar halen en aanpassen voor gebruik als FM antenne. Omdat  de lengte van de antenne was afgestemd voor  het marifoon gebied (156 – 162 Mhz) moest de lengte van zowel de dipool als het fiber omhulsel worden aangepast aan de gemiddelde golflengte voor het FM gebied waarvoor de antenne wordt gebruikt (88 -108 Mhz).  Voor de techneut:  Voor marifonie is de antenne lengte  ca 90 cm ( 1/2 λ van  159 Mhz ), terwijl voor FM ontvangst  ca 75 cm nodig  is (1/4 λ van  98 Mhz ). De bestaande marifoon antenne kan ik dus ca 15 cm inkorten. Verder moet de 50 ohms coax kabel worden vervangen door een coaxkabel met 75 ohms impedantie.

Voor de bevestiging van de fiber staaf met daarin de dipool paste ik een stukje 1/2 inch messing buis met buitendraad toe waarop ik een sok monteerde waarin de fiber staaf weer paste. De resterende ruimte tussen fiber staaf en messing sok werd vervolgens met epoxy opgevuld. Een messing moer aan de onderzijde zorgt ervoor dat de antenne kan worden bevestigd aan de voormalige marifoonantennesteun aan de mast. Het geheel is aan de onderzijde dicht gekit met polymeerkit en de antenne zelf is aan de bovenzijde afgedicht met een rubberen dopje.

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2015-2017.