Vorlandsvågen – Egersund

Maandag 26 juli 2010 tot Vrijdag 30 juli 2010 Vorlandsvågen – Kopervik – Tananger – Egersund

In drie achtereenvolgende dagen varen we van Bömlo via Kopervik en Tananger naar Egersund. De wind wil maar steeds niet meewerken en hoewel we zoveel mogelijk proberen te zeilen moet de motor ook behoorlijk meewerken. Voordat we in Kopervik overnachten proberen we een plekje in Haugesund te vinden, maar daar ligt het behoorlijk vol. In Kopervik rol ik de elektriciteitskabel uit en daar krijg ik later spijt van want eigenlijk was het niet nodig, terwijl we voor elektra bijna evenveel betalen als voor de overnachting. Het elekticiteitstarief in Kopervik is het absolute record tijdens onze reis van 2010. De reis van Kopervik naar Tananger doen we helemaal op de motor. Het waait steeds rond de 5 knopen en hoewel we de zeilen af en toe hijsen helpen ze niet echt mee. Opnieuw varen we de route tussen de eilandjes van Kvitsoy door. Het is lang geleden dat we in Tananger waren . In de haven zijn inmiddels appartementen gebouwd en er zijn ook behoorlijk brede steigers gemaakt. Toch vind ik dat het karakteristieke van het vroegere Tananger een beetje verdwenen is.

Tijdens de 40 mijl van Tananger naar Egersund, hebben we een zwakke achterlijke wind die later op de dag gelukkig wat aantrekt tot een dikke 4 Bf. Het mooie ankerplekje, Gyrahavn, aan de ingang van de Nordregapet dat ik tijdens een vorige reis op de kaart had aangegeven ligt vol met Noorse boten. Geen nood, want een paar honderd meter verder is Kvernavågen, een inham dat niet minder paradijselijk is.

Een paradijselijk plekje

Een paradijselijk plekje

De Noren hebben in deze inhammen een soort ‘Fryske Gea’ plekken gemaakt en met wat moeite kunnen we hier vrij van de rotsen op het puntje van de steiger vastmaken. Door middel van rode pijlen en grote stippen die op de rotsen zijn geverfd zijn ‘wandel’paden aangegeven, waarvoor af en toe enige ‘berg’ervaring niet verkeerd is. Ik volg het pad een aantal kilometers, maar ik stop als ik op natte hellingen terecht kom waar ik de kans op uitglijden en vallen te groot vind. Omdat het ons hier bevalt blijven we hier een paar nachten. Voordat we weer verder varen brengen we nog een nacht door in de jachthaven en tanken we vol bij een ‘avgiftsfri’ zelfbedienings-dieselpomp waar we zo’n 85 €-cent.per liter betalen. Een bonnetje krijgen we niet en we maken een foto van de pomp als betaalbewijs.

 

Dit artikel is gepubliceerd in categorie Bergen - Franeker.