Franeker – Gieselaukanaal

 

maandag 14 juni 2010, Franeker – Gieselaukanaal

Het is dan eindelijk toch zover. We vertrekken om 8:20 uit Franeker en Noorwegen is het doel voor deze zomer. We willen graag nog eens op de Lofoten kijken, maar omdat het toch al wat later in het seizoen is weten we niet of we het gaan halen. De voorafgaande twee weken hebben we geprobeerd om, na de grote refit van de Trintella in 2009, de boot goed te leren kennen op het IJsselmeer. Helaas zat het weer niet mee en we hebben maar één dag echt kunnen zeilen, de andere dagen was er weinig of geen wind. Hilda heeft direct het stuurwiel ter hand genomen en heeft steeds het aanleggen en wegvaren gedaan. Grote klasse! Slechts een enkele keer ging het niet helemaal zoals we wilden, maar de Trintella is dan ook een andere, veel grotere, boot met een andere bediening.

 Voor de Tjerk Hiddes sluis in Harlingen

Voor de Tjerk Hiddes sluis in Harlingen

Na de Tjerk Hiddes sluis gaan de zeilen omhoog, want hoewel we ruim 180 ltr diesel bijgetankt hebben willen we hier toch zo zuinig mogelijk mee omspringen. We redden het om bijna motorloos de Noordzee te bereiken. De noordoosten wind van 12 knopen is juist voldoende om redelijk te kunnen zeilen en zoveel hoogte te houden dat we Borkum vrij kunnen zeilen. Maar hard gaat het niet. Later op de dag trekt de wind aan tot zo’n 18 knopen en daar blijft het niet bij. Als de wind nog wat verder aantrekt trekken we er een rifje in en rollen de genua ook wat in.

 Voor het eerst op de Noordzee met de Trintella!

Voor het eerst op de Noordzee met de Trintella!

Tijdens de nacht draait de wind van NO naar NW en neemt ook nog wat verder toe. Op de weerontvanger begint men te waarschuwen voor Bf6. De boot loopt echter als een speer en boven Langeoog passeren we de volgetuigde ‘Zephyr’, een grote blauwe tweemaster die vaak in Franeker hebben zien liggen. Ik lees op de AIS dat ze ‘Onderweg naar Kiel’ zijn en daarmee wordt de Kielerwoche bedoeld. Vlak voor we de Jade oversteken zetten we een tweede rif en draaien we de genua nog wat verder in omdat we het eigenlijk wel een beetje ‘ruig’ vinden zoals we zeilen. We zitten met grote regelmaat boven de 8 knopen. Helaas loopt hierdoor de snelheid wat terug en de Zephyr gaat ons weer voorbij. De weerberichten voor de komende dagen vermelden slechts wind uit Noordelijke richtingen en daarom gaan we niet naar Helgoland om van daaruit naar Thyboron te varen, maar verkiezen we de langere route door de Oostzee. Bovendien hebben we met deze boot nog heel weinig ervaring en we vinden een rustige start wel belangrijk.

Op het tijdstip dat we de Elbe inlopen is het daar een uur na laag water. De boeien liggen nog stil in het water, maar een uurtje later is dat al drastisch veranderd en hebben we een forse stroom mee tot de sluis van Brunsbuttel. Hier liggen een tiental jachten te wachten om te worden geschut, allemaal varend op de motor met de kop in de wind om zo de stroom te overwinnen. De Zephyr is er ook een van. Ook wij gaan er maar bij liggen en varen ongeveer 3,3 knopen terwijl onze grondsnelheid op de GPS precies 000 knopen is. Pas na twee uur wachten is er een sluis voor de jachten beschikbaar. We zijn er dan wel behoorlijk beu van, terwijl de informatie van de kant van de sluis waarom het zo lang duurt nihil is . Als er via de marifoon wordt gevraagd hoe lang het nog duurt, horen we steeds; ‘nog vijf minuten’.

In het NOK varen we door tot km paal 41 en overnachten in het Gieselaukanaal, waar we aanliggen aan de ‘Pallieter’ een 16m Super Marimu. Het aanbod om een pilsje te komen drinken aan boord slaan we af want we willen slapen. Het is uiteindelijk al 11 uur dinsdagavond en we zijn al 38 uur in touw.

Dit artikel is gepubliceerd in categorie Franeker - Göteborg.