Norrfällsviken – Trysunda


Tocht: Norrfällsviken – Trysunda

Vertrek: za 18 juni 2011 14:30
Aankomst: za 18 juni 2011 17:45
Afstand: 15 mijl

Als ik tegen twee uur weer terug ben, maken we ons gereed om te vertrekken naar Trysunda. We willen toch nog iets verder en Ulvö, hoewel ‘een must’ ,lijkt ons minder geschikt en bovendien duur. Als we de baai van Norrfällsviken uit zijn blijkt de wind veel noordelijker te zijn dan we dachten en we moeten zelfs hoog aan de wind zeilen. Dat lukt goed tot Norra Ulvö, maar dan komen we te dicht onder de kust en hebben we eerst heel vreemde draaiwinden en later helemaal geen wind meer. De rest doen we maar op de motor en om kwart voor zes liggen we voor de tweede dag in successie met een anker achteruit in de haven van Trysunda tussen een viertal andere zeiljachten, terwijl er verder nog een tiental motorboten aan de steiger liggen. Naar Trysunda We zijn juist op tijd, want vlak na ons komt een Engels jacht binnen die geen plek meer kan vinden. Ik adviseer hem om een achteranker te gebruiken en op het puntje van de steiger vast te maken. Dit doet hij en hij ligt daar ook prima. Een Finse motorboot die nog later binnenkomt vertrekt naar elders. Het is vol op zaterdag. Een van de zeilboten is de Duitser uit Öregrund, die ik de werking van de Telia dongle had gedemonstreerd. We wisselen wat zeilervaringen uit hoe het ons beiden is vergaan sinds Öregrund.

Wandelen op Trysunda

Trysunda vormt samen met het iets zuidelijker gelegen eiland Skrubban en een aantal kleinere eilandjes in de directe omgeving, een natuurreservaat. Een passagiersveerbootje, de Ulvön, zien we op gezette tijden aanleggen om toeristen af te leveren en weer terug te brengen naar Köpmansholmen, 30km ten zuiden van Örnsköldsvik. Op Trysunda zijn wandelroutes gemaakt over het eiland en paden rechtstreeks naar een aantal stranden. Volgens een informatiebordje is Trysunda het best bewaarde vissersdorp uit het verleden in heel Ångermanland.
Zondagmorgen staan we wat later op en na het ontbijt vertrek ik voor een wandeling over het mooie eiland. Ik volg het pad naar Storviken aan de zuidoost zijde en kom op een kiezelstrand, adembenemend mooi. Ik besteed een half uurtje aan het verzamelen van een aantal prachtige door de zee geslepen stenen, maar uiteindelijk zoek ik drie kleintjes op. De grote stenen zijn natuurlijk veel te zwaar om mee te dragen en de kleinere passen in mijn broekzak.

 Foto's Trysunda

Het baaitje van Trysunda, met het steil uit de zee oprijzend Skrubban op de achtergrond

Onderweg kom ik het Engelse stel tegen en we staan een tijdje te praten. Van oorsprong komen ze uit Duitsland en Zwitserland, maar wonen al 30 jaar in Engeland. Ze hebben hun boot al 2 jaar in de Oostzee laten overwinteren en zijn nu onderweg naar Haparanda in het uiterste noorden van de Botnische Golf. We spreken af dat we later op de dag wat gegevens gaan uitwisselen zodat we elkaar een beetje kunnen volgen.

Aan de noordoostzijde is een zandstrand, een beetje vergelijkbaar met Vlieland, dat in noordelijke richting overgaat in een roodgranieten glooiing vanuit het water. Iets meer landinwaarts, maar nog wel op de granieten vlakte, is een waterplas ontstaan waar honderden waterlelies bloeien. Een prachtig mooi verstild stuk natuur.

Tijdens mijn wandeling zie ik dat er midden op het eiland een behoorlijk hoog oprijzende rotspartij is waar ik min of meer omheen ben gelopen. Als ik weer in het dorpje kom en de wegwijzer zie, heeft één van de bordjes het opschrift ‘Utkyk 0,3’ en wijst naar een een paadje dat richting rotspartij gaat. Natuurlijk kan ik deze uitdaging niet voorbij laten gaan en ga op pad. Tijdens de klim, wat ik natuurlijk niet rustig aan doe, betrap ik mezelf af en toe op enig gehijg (komt natuurlijk van de ijle lucht), maar na een half uurtje stevig klimmen sta ik wel op de top van Mount Trysunda. Alles om me heen is lager dan waar ik sta en bij mijn voeten is een metalen buis in de rots gemaakt met daaromheen een gele driehoek. Hoewel ik geen rvs merkplaatje van de landmeetkundige dienst kan vinden, ben ik ervan overtuigd dat ik de berg heb bedwongen. Het spijt me erg dat ik geen vlag bij me heb om die te plaatsen. Van de dame die het butikje in de haven runt en tevens de havengelden incasseert hoor ik dat Mount Trysunda 180 meter hoog is. Ik wacht nu nog op uitnodigingen van Pauw en Witteman om de prestatie die ik die middag geleverd heb aan hun tafel te komen toelichten.
Terug op de boot zoek ik direct de blog van de buren op en lees hun verhaal van de laatste drie jaren. We krijgen een uitnodiging om een borrel te komen drinken en zitten een paar gezellige uurtjes bij Stephen en Madeleine Strobel aan boord ervaringen uit te wisselen en niet alleen over zeilen. Overigens aan een vrijwel lege steiger, want de Zweden moeten de volgende dag weer aan de slag.

Dit artikel is gepubliceerd in categorie Botn Golf N-waarts.