Blyth – NL

In Blyth beraden we ons op de rest van de tocht. De overtocht vanuit Lowestoft naar Nederland is ruim 100 zm, maar dan als we in gedeelten langs de Engelse oostkust naar het zuiden willen varen worden we geconfronteerd met één normale en twee erg lange trajecten van rond de 100 zm. Bovendien is Grimsby in de Humber ingang een getijdehaven en het is dus goed uitkienen om daar op een goed moment aan te komen. Het besluit valt om maar te kiezen voor een lange oversteek. We zien de voordelen om van Blyth eerst nog naar Harlepool te varen ook niet zo zitten. De 3 tot 4 uurtjes dat de overtocht korter zou kunnen zijn maakt ook weinig uit,

We hebben weinig zin om tijdens de oversteek naar Nederland veel te moeten motoren of te kruisen en daarom is het weer van belang. De dagen dat we in Blyth zijn laten de gribfiles en andere weersites, voor het weekend, een redelijk stabiel patroon zien qua windrichting en kracht. De dagen ervoor is de tegenwind overheersend. Zoals het eruit ziet, kunnen we het hele stuk zeilen, eerst  met voornamelijk halve wind van tegen de 5Bf, midden op de Noordzee een achterlijke wind van begin 4Bf en aan het einde een Noordelijke wind van 4 tot 5Bf. Kortom, dat belooft een mooie  overtocht. 

Vertrektijd in seconden!

Vrijdag klaren we digitaal al uit. Ik heb enige moeite om het vertrektijdstip op het C1331 formulier  in te vullen, temeer omdat het in uren, minuten en seconden moet en vul maar 07:00:00 in. Ik hoop dat de ambtenarij begrip heeft als we enige seconden eerder of later weg zijn. Supersnel na het versturen hebben we  een ‘clearance to proceed‘ binnen.

Zaterdag vertrekken we om tien over acht en tot middernacht varen we met een afnemende wind van zo’n 14kn tot 7kn en ca 60 tot 80 graden aan de wind. In de nacht en gedurende de zondag tot 2 uur ’s middags is het wat sukkelen met 4 tot 8 knopen wind die met zo’n 100 tot 130 graden inkomt.
Na 2 uur draait de wind naar het noorden en trekt ook een ietsje aan. Voor in de avond beginnen we door te krijgen dat we wel heel erg op een verkeerd tijdstip het Zuider Stortemelk gaan bereiken, in het donker met de stroom tegen en met een Noordenwind van 5 Bf. Ondanks alle apparatuur aan boord vinden we het toch we erg plezierig om wat te kunnen zien en we willen graag de stroom mee hebben op het wad. We gaan het aankomsttijdstip dus verschuiven en willen langzamer gaan varen met een gemiddelde van 4,5 knoop.
Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Pas nadat we het voorzeil helemaal hebben ingedraaid en een tweede rif hebben gezet en bovendien de giek ver hebben uitgevierd komen we in de buurt van de 4,5 knoop. Op die manier varen we de nacht door met een halve wind van 90 tot 110 graden over bakboord en variërend van 16 tot 21 knopen.

De laatste scheepvaartroute

De scheepvaartroutes die we tegen komen steken we zo goed mogelijk haaks over. Bij de eerste twee zien we geen schepen dichtbij, maar de laatste route is best wel een lastige. Elke baan van de scheepvaartroute is ca 3 zm breed met  een ‘middenberm’ van 1,5 zm.
We steken de zuidgaande baan over juist ten zuiden van de bocht. Bovendien is er precies in de bocht nog een soort in- en uitgang vanuit het noorden.
Er zijn vier schepen om rekening mee te houden. Alle vier komen ze ons met een SOG van 12 knopen tegemoet. Drie schepen komen de bocht om, en het is dus  inschatten wat de definitieve CPA zal worden, maar qua te varen afstand zullen deze drie voldoende van ons verwijderd blijven. Op basis van de AIS gegevens van het dichtstbijzijnde schip, dat via de noordelijke ingang binnen komt, beginnen we aan de oversteek.  Dit schip leek in eerste instantie te dicht bij te komen, maar al voordat we daadwerkelijk in de baan waren zag ik dat zijn koers een weinig wordt aangepast zodat de CPA 0,5 zm achter ons komt te liggen. Als tijdens onze oversteek de CPA van deze boot toch 0,3 zm wordt start ik de motor en haal het grootzeil schoot aan om de afstand iets groter te maken. Nagenoeg geruisloos passeert het schip achter ons langs. In de donkere nacht  zien we het silhouet met het rode boordlicht en de apparatuur vertelt ons dat de afstand 0,4 zm ( 750 meter) is, hoewel het dichter bij lijkt. Twee anderen volgen de bocht en varen voor ons langs, ze leveren inderdaad geen enkel probleem op en blijven op voldoende afstand. De vierde speelt geen rol en vaart op meer dan een zeemijl achter ons langs
De noord/oost gaande baan levert geen extra actie op omdat de twee schepen waarmee we te maken hebben achter ons langs varen op afstand. Eén van beide vaart echter met een grote snelheid van bijna 20 knopen en dan is AIS een fijn hulpmiddel want deze schepen komen ongelofelijk snel dichterbij.

Om kwart over 7 zijn we bij de ingang van het Zuider Stortemelk en met de stroom mee varen we via het wad naar Kornwerderzand. Het gaat supersnel en de meter geeft waarden van boven de 9 knopen. Het is druk bij de sluis, maar we hoeven niet lang te wachten en na ruim een uur zijn we aan de andere kant. Om tien over één maken we na 284 zm en 53 uur vast in onze box in Makkum

Het tweede deel van de tocht hebben we veel moeite gedaan om langzaam te varen om na zonsopkomst bij het Zuider Stortemelk aan te komen en bovendien de stroom mee te hebben over het wad naar Makkum

Dit artikel is gepubliceerd in categorie 2022 - Schotland.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.